Puppy Gids

Gefeliciteerd met de aanschaf van uw pup!

Het leven van een puppy gaat snel, héél snel in de periode van 8 tot 12 weken! De pup ontwikkelt zich in een razendsnel tempo.

Hierbij een handleiding met veel tips, om de eerste (zeer belangrijke) periode goed te kunnen sturen.

Als u vragen hebt, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

Erkende fokker.

Omschrijf het begrip “fokker”:

  • Iemand die honden fokt, met de bedoeling de goede kwaliteiten van het ras in stand te houden en te verbeteren. Op de fokker mag nóóit het begrip “broodfokker” van toepassing zijn.
  • Iemand die zijn honden een goede, hygiënische huisvesting biedt en veel aandacht besteedt aan de socialisatie van de pups. 
  • Iemand die de (aspirant-) kopers van een hond goede voorlichting geeft en informeert over de voor- en nadelen van het ras, en ook na de verkoop nazorg biedt.
  • Ook kunnen er eisen gesteld worden aan  het maximale aantal nestjes dat een teef mag krijgen.
  • Iemand die tracht, met alle middelen die hem ter beschikking staan, goede, gezonde, sociale en mooie honden te verkopen.
  • Sommige rasverenigingen stellen bijvoorbeeld als eis dat beide ouderdieren aan exterieur, karaktertesten en gezondheidstesten worden onderworpen voordat er gefokt mag worden.
  • Een belangrijk voordeel kan zijn dat de meeste rasverenigingen tegenwoordig een soort koopcontract hebben ingevoerd, waarbij zowel aan de fokker als aan de koper eisen gesteld worden bij de koop.
  • De meeste fokkers zijn aangesloten bij een rasvereniging en zullen zich bij de fok moeten houden aan diverse eisen.

De teef moet bij de pups aanwezig zijn tot de pups weg kunnen!

Wij willen graag een labradorpup! Maar past een labrador wel bij ons?

U heeft uzelf waarschijnlijk goed ingelezen omtrent  karakter en eigenschappen van een labrador en hoopt binnenkort een labrador pup een fijn huis te gaan geven. Maar waar moet u als nieuwe eigenaar van een labrador rekening mee houden en welke opofferingen kan het houden van een Labrador Retriever met zich meebrengen?

Niet alleen op financieel gebied maar ook qua inzet en vrije tijd

Besef dat een pup niet alleen aandoenlijk en super lief is maar óók dat de pup- én   jonge honden-fase veel tijd en investering vraagt. Daarnaast bent u nooit klaar met opvoeden en ook trainingen zal de hond nodig blijven hebben. Koop zeker geen pup, als u denkt hem wel in een kennel groot te kunnen brengen. Een Labrador is een hond die niet graag alleen is maar juist geniet van gezelschap van mensen en graag deel uitmaakt van uw gezin. Ee korte tijd in een kennel kan natuurlijk geen kwaad, maar een permanent verblijf in een kennel zal uw hond frustreren en hem doodongelukkig maken. Een hond hebben betekent ook dat u gebonden bent. Iemand moet er  zijn om hem eten te geven, om hem uit te laten op gezette tijden, met hen te trainen en aandacht te geven Kortom: een hond heeft, net als een klein kind, opvoeding en regelmaat nodig. Dat houdt hem geestelijk en fysiek gezond.

Een hond moet elke dag uit, ook als het weer u niet aanstaat en óók als u geen zin heeft. Als het weer slecht is dan zal uw hond modderpoten hebben die hij gerust aan uw bank afveeg en als hij zich dan uitschud dat zit de modder overal. Ook in de tuin zal een hond zich uitleven, bollen uit de grond trekken, een gat in het gazon graven, de boom ontdoen van zijn takken. U zult hem moeten leren wat wel en niet van hem verwacht wordt.  Vergeet daarbij niet dat een Labrador minimaal 2 keer per jaar zijn haren verwisselt, sommigen zelfs vaker. Deze haren vormen mooie wolkjes, maar die komt u wel overal tegen en vooral op uw kleren. Wekelijks borstelen voorkomt een boel haren in huis of evt. naar de trimsalon waar alle losse haren weggeblazen worden.

Denk ook aan uw vakanties! Neemt u de hond mee, gaat deze in een dierenpension, óf in het gunstigste geval bij een familielid of een bekende? Met een vakantie in een warm en zonnig land doet u de hond geen plezier, en het is voor een Labrador daar vaak te warm. De hond wil liever lange wandelingen maken en trektochten in een koelere omgeving en in de nabijheid van een vertrouwd persoon. Een camping of een bungalowpark heeft meestal geen bezwaar als u 1 hond meeneemt, maar wanneer u gewend bent om naar een hotel te gaan, zult u er één moeten zoeken dat honden toestaat. En als de hond niet mee kan, dan begint er een zoektocht naar een goed dierenpension; u wilt uw hond toch niet zomaar bij de eerste de beste achterlaten? Want er zijn écht verschillen in dierenpensions, helaas!

Daarbij komen dan ook nog de verblijfkosten, gezondheidsverklaringen, hondenpaspoort, speciale inentingen tegen rabiës en kennelhoest etc. etc…

Vergeet ook het uitlaten niet. Op veel locaties bent u verplicht om de ontlasting van uw hond op te ruimen; dat betekent altijd een poepzakje op zak hebben om de ontlasting op te ruimen! Ook is er op veel plaatsen een losloopverbod, dit betekent dat u de hond alleen op uitlaatplaatsen en losloopgebieden vrij kan laten lopen. Veel van die losloopgebieden zijn vaak niet vlak naast de deur, dus dat betekent dat u er met de fiets of de auto naartoe moet. Na z’n heerlijke wandeling gaat uw hond weer vies en modderig de auto in, want een echte Labrador is af en toe gek op alles wat “vies” is!

Een Labrador wordt net als andere honden NIET sociaal, lief en gehoorzaam geboren. De fokker én moederhond hebben het eerste aandeel hierin. Daarna is het aan u om de hond op te voeden en trainen. U start vaak met een puppycursus en gaat daarna eventueel met een vervolgcursus (of meerdere). Bedenk dat u dit óók moet doen als het regent, vriest of warm is. Met een hond bent u eigenlijk nooit klaar met opvoeden en trainen. Trainingen volgen kunt u met veel plezier zijn hele leven volhouden, een Labrador is een leergierige en veelzijdige hond.

Als uw hond ouderdomsverschijnselen gaat vertonen, wil hij óók graag dat u er voor hem bent. Met het ouder worden komen er ook kwaaltjes en dierenartsbezoeken. Heeft u dat dan óók voor uw maatje over?! Informeer uzelf over de verschillende verzekering die er zijn. Het zal u veel geld (kunnen) besparen!

Mocht u hierna nog steeds interesse hebben om een Labradorpup aan te schaffen,dan kunt u contact opnemen met de NLV: de Nederlandse Labrador Vereniging. De rasvereniging bemiddeld NIET in de vorm van een puppywachtlijst, maar geeft informatie over nesten die geboren zijn of worden verwacht uit combinaties die aangemeld zijn bij de vereniging en voldoen aan de eisen die gesteld zijn aan het fokreglement. Met dit fokreglement wil de rasvereniging voorkómen dat er op onverantwoorde wijze pups gefokt worden, zodat de pups ook in de toekomst een positieve bijdrage leveren aan het ras. Behalve gezondheid en rasspecifieke eigenschappen, wordt ook bekeken of een reu niet te vaak in Nederland óf in het buitenland heeft gedekt, of dat een teef niet te veel nesten heeft gehad. Helaas zijn dit grote zorgen binnen de kynologie en ons ras is daar niet van uitgezonderd. De fokadviescommissie beoordeelt de aanvragen van de fokkers en geeft hierop een schriftelijk advies. Bij goedgekeurde combinaties is dit uiteraard een positief advies, in tegenstelling tot de nesten die niet voldoen aan het fokreglement. Deze komen niet voor positief advies in aanmerking.

Nesten, beoordeeld met een positief advies en waarvan de fokadviescommissie de geboortemelding  van de fokker heeft gekregen, krijgen een uniek certificaat van de rasvereniging, waarop staat dat het nest gefokt is conform de eisen zoals gesteld in het fokreglement.   

De aanschaf/verkoop van een pup is voor een heel groot deel een kwestie van vertrouwen. Als de fokker twijfels heeft bij een aspirant koper, mag en kan hij weigeren de pup te verkopen. Uiteraard geldt dit ook voor de aspirant koper, deze moet goed voor zichzelf bepalen of de fokker en het nest hem bevalt. Vergeet niet dat u een hond aanschaft voor ongeveer 12 jaar!

Fokkers die verantwoord willen fokken houden zich aan de regels, adviezen en het fokreglement van de Nederlandse Labrador Vereniging en zullen hun uiterste best doen om u een gezonde en goed gesocialiseerde pup te verkopen.

Genetische aanleg.

Vaak als mensen een pup aanschaffen en uiteindelijk moeten kiezen uit een heel nest vol bolletjes wol, gaan ze ervan uit dat de pup die als eerste komt, de pup zal worden die ze moeten nemen. Als dit waar was, zou dat betekenen dat uit ieder nest maar één pup goed zou zijn. De rest is dan eigenlijk maar 2e keus, waar die eigenaren het dan maar een jaar of 12 mee moeten doen. Niets is natuurlijk minder waar en gelukkig is het zo dat er in één nest vaak pups zitten met uiteenlopende karaktertjes, zodat het mogelijk is een pup te kiezen die het beste past bij een nieuwe baas en de eisen die de baas aan de nieuwe huisgenoot stelt.

Net zoals er nogal wat verschil is tussen de karaktertjes van de honden, geldt dit natuurlijk ook voor mensen. Er zijn hele dominante mensen die hun stempel op het gezinsleven drukken en er zijn wat zachtere, wellicht vriendelijkere mensen die alles wat meer gelaten over zich heen laten komen. Als je nu een wat teruggetrokken puppy plaatst bij die dominante baas, bestaat de kans dat de pup zich het liefst vanaf de eerste dag achter het behang verstopt. Plaats je een wat dominantere pup bij een wat zachtere baas, dan loop je het risico dat de hond heel snel de leiding overneemt en de baas na verloop van tijd op de deurmat moet slapen.

Is er een gezin met drukke kinderen en veel toeloop en altijd een hoop drukte in huis, dan moet je eigenlijk niet een puppy nemen dat al vrij snel overal van onder de indruk is. Veel beter is het om dan een pup te nemen die het allemaal niet zoveel kan schelen, als hij maar lekker zijn eigen gang kan gaan.

Er zijn verschillende testjes die je met een pup kunt doen om een klein beetje zijn aanleg te bepalen. Vóór dat het echter zover komt, adviseren wij iedereen om goed met de fokker te overleggen wat de eisen zijn die de nieuwe baas stelt aan de hond, en goed aan te geven in wat voor omstandigheden de pup straks terecht gaat komen. Vaak vindt de fokker het belangrijk dat u zelf meerdere keren komt kijken. Fokkers die de pups intensief hebben meegemaakt, weten u dan ook meer te vertellen over de karaktertjes van de pups.

Wij doen een aangepaste “Campbell-test”, als de pups tussen de 6 en 7 weken oud zijn.

Leven met een pup, wat maak ik allemaal mee?

  • Mors wat koude appelsap over de vloerbedekking en ga dan in het donker blootsvoets rondlopen.
  • Lekker vroeg op staan, vooral als het regent, naar buiten gaan en dan luidkeels zeggen: “Toe maar plasssssss!”
  • Stop wat hondenhaar in je eten en zelfs in je eerste kop koffie van de dag, ook zie je de blonde haren heel goed op je donkere trui of de zwarte op je grijze broek.
  • Schoenen of sandalen die je vergeten bent op te ruimen breng je naar de kringloopwinkel. Als de pup ze gehad heeft kunnen ze tenslotte ook weg!
  • Maak een tennisbal kletsnat, rol die over de grond en doe er dan een vangspel mee.
  • Laat visite op de bank plaatsnemen. Gooi dan gelijk een zak met aardappelen van 20 kg op hun schoot en wrijf een paar keer met een natte lap langs hun gezicht!
  • Door de sneeuw blootsvoets rennend de openstaande poort dicht doen.
  • Leg een paar sokken en onderbroeken op de vloer van de woonkamer, daar zal uw pup ze anders toch heen brengen. En wen ook vast hoe het loopt met gaten in je sokken, vooral één bij je grote teen.
  • Loop vooruit, dan wat passen terug, maak een rondje en loop weer vooruit, dan paar passen heen en dan weer terug, maak dan weer rechtsomkeert en begint weer van voren af aan. De eerste weken bestaat de wandeling namelijk hieruit.
  • Spring vlak voor het eind van je favoriete televisieprogramma uit je stoel en loop naar buiten zeg “dat moet je buiten doen!” Na een paar minuten kun je weer naar binnen maar zorg je wel dat je het eind van het programma nét hebt gemist! 
  • Zet oma’s oude tafeltje tijdelijk veilig weg, als de pup eenmaal een tafelpoot geproefd heeft en baasje heeft niets gezien……..
  • Even snel een ommetje is er voorlopig niet bij, iedereen móet jullie pup knuffelen en een praatje maken. Goed voor de socialisatie ook van het baasje.

En dan als laatste, zoek je warmste zachtste dekentje en leg dat lekker over je heen. Zo voelt het straks als je een slapende pup op schoot hebt liggen.

 (En ook de ramen hoeft je ook voorlopig niet te zemen ;-)!

Is je huis puppy-proof?

Als je binnenkort een puppy in huis krijgt, moet je van tevoren goed controleren of er geen gevaren op de loer liggen voor de kleine hond. Wij helpen je een handje met de inspectie.

Zodra een jonge hond vertrouwd is geraakt met zijn nieuwe omgeving gaat hij alles onderzoeken. Maar voor een jonge avontuurlijke, speelse hond loeren in het huis en in de tuin allerlei gevaren. Zorg er dus voor dat je een ramp kunt voorkomen.

In eerste instantie onderzoeken pups hun omgeving met hun neus en met hun tanden: ze knabbelen aan álles wat ze vinden en eten hun vondst soms zelfs op.

Stroomdraden en stekkerdozen worden vaak het slachtoffer van hun nieuwsgierigheid, maar zijn ook erg gevaarlijk voor de pup zelf. Daarom kun je elektriciteitsdraden beter wegwerken in buizen of, zolang de pup zich nog in zijn “vlegel-fase” bevindt, op een hogere plaats vastzetten. Stopcontacten op de grond of in het bereik van de neus van de hond kun je uit voorzorg voorzien van een kinderbeveiliging. Ook schoonmaakmiddelen en medicijnen horen buiten het bereik te blijven van jonge honden. Aan planten, vooral als ze giftig zijn, moet je extra aandacht besteden.

Zet ze veiligheidshalve op een hogere plaats of verhuis ze naar een kamer waar de pup niet kan komen. Op de grond gevallen kleinere voorwerpen zoals paperclips, spelden of munten vormen een ander gevaar want de pup zou ze, nieuwsgierig als hij is, kunnen opeten.

Schoenen lijken op pups een magische aantrekkingskracht uit te oefenen. De pup kiest meestal doelbewust het duurste paar en bijt het kapot, tenzij je hem voor bent geweest en de schoenen op tijd in veiligheid hebt gebracht.

Het vangen en kapot bijten van touwtjes waarmee rolluiken of zonwering worden bediend, is ook populair onder pups. Je kunt ze in de sloopfase van de pup beter oprollen en op een hogere plaats bevestigen. De jonge hond is vooral geïnteresseerd in plaatsen waar spullen overhoop kunnen worden gehaald. Zorg daarom dat de deuren van kasten goed dicht zitten, zodat de hond ze niet met zijn poten kan opentrekken.

Een gordijn stimuleert de nieuwsgierigheid van de pup, hij wil weten wat er achter zit. “Verhuis” dus alles wat voor de hond interessant zou kunnen zijn. Ook vuilnisemmers, waarvan de inhoud voor honden op allerlei manieren schadelijk kan zijn, vindt een pup bijzonder interessant. Kies daarom voor een vuilnisemmer met een stevige deksel.

Ook ravotten kan gevaarlijk zijn: een pup die goed op dreef is, kun je nauwelijks tegenhouden. Beveilig de trap daarom met een kinderhekje. En uiteraard moet je ook alles wat breekbaar is uit zijn buurt houden.

Het is best mogelijk dat een veilig huis een paar weken wat vreemd overkomt, maar je bespaart jezelf veel stress en voorkomt dat de hond gevaarlijke en slechte ervaringen opdoet.

Voor de pup in de bench geld, geen kauwstaven die de hond op eet. Het laatste stukje proberen ze vaak door te slikken en verstikkingsgevaar ligt op de loer. Veilig zijn de  “Kong”’ dingen die je kunt vullen, Kong bone bijvoorbeeld. Zet de bench niet te dicht bij dingen die ze er in kunnen trekken,  een doek die eroverheen ligt, een tas of uw gordijnen bijvoorbeeld.. Zorg dat in de bench een kussen ligt dat ze niet makkelijk kunnen slopen. De kussens met de kleine polystyreen bolletjes zijn voor pups helaas nog niet geschikt, die kunt u bewaren voor als de pup uit de pubertijd is en zijn volledige gebit is doorgekomen. 

Controleer ook de tuin!

Niet alleen in huis, maar ook in de tuin kan het voor een jonge hond gevaarlijk zijn.

Neem daarom de volgende voorzorgsmaatregelen:

  • Beveilig je tuin met een omheining, zodat je pup er niet vandoor kan gaan;
  • Herstel nog vóór de komst van je pup eventuele gaten in de omheining;
  • Wees voorzichtig met het bewaren en het gebruik van chemische middelen in de tuin, zoals meststoffen, slakkengif, etc.;
  • Giftige stoffen in de garage, zoals antivriesmiddelen voor de auto, kun je het best in een kast bewaren die op slot kan;
  • Rol de tuinslang op en hang hem op een hogere plaats;
  • Bewaar gevaarlijk tuingereedschap zoals scharen, zagen, harken en schoffels buiten het bereik van de pup;
  • Zorg dat de pup niet bij de composthoop kan,
  • De pup graaft graag uw planten uit, met een konijnen hekje kunt u dit hopelijk voorkomen,

Wat zal het gaan worden? Een reu of een teef?

Veel mensen die bij een fokker komen weten al precies wat ze willen. Maar er zijn ook mensen die de keus niet echt kunnen maken. Op de volgende pagina’s proberen wij wat argumenten op een rijtje te zetten.

Van een reu wordt gezegd dat hij overal tegenaan wil plassen, maar dat ligt aan uzelf. Leer hem van jongs af aan dat ú bepaald waar hij mag plassen. Ook een teef wil wel vaker dan 1 keer plassen, zéker als ze (bijna) loops is. Ook hier, leer haar van het begin af aan op commando te plassen. Is altijd makkelijk, stel u hebt haast en wil de hond vlug even een plasje laten doen!

Een teef wordt loops (heeft geen menopauze), duurt 3 weken, is dus loops haar hele leven elke 6-10 maanden. De eerste keer tussen 6 en 13 maanden. Sommige teven hebben daar wat last van, kunnen soms wat humeurig zijn. Ook zijn sommige teven na de loopsheid schijnzwanger. Tijdens de loopsheid kunt u de teef het beste aangelijnd uitlaten. Na een dag of 14, als de bloeding vrijwel gestopt is, is ze dekrijp. Maar soms is dat al met 8 dagen en wil ze dan door iedere reu die ze tegenkomt gedekt worden. Ook zijn er teven die er vandoor gaan, als ze de kans krijgen. Ook voor een reu is het niet makkelijk als er loopse teven in de buurt zijn. Als hij er één “in zijn neus krijgt”, dan wil hij erheen. Soms is hij thuis dan wat pieperig, onrustig en heeft minder eetlust. Besef wel dat dit het hele jaar door kan zijn, als u in een buurt woont waar veel honden zijn.

Een reu is soms wat dominanter dan een teef. Komt hij een andere reu tegen dan gaat de staart de lucht in en beginnen ze om elkaar heen te draaien. Soms, als het 2 reuen zijn van gelijke ranghoogte, kan dit uitmonden in een gevecht. Ook teven vechten soms, en die vechten een stuk feller. Om te voorkomen dat het tot een gevecht komt, moet de baas stevig in zijn schoenen staan!

Ook qua grootte is er verschil. Een reu is niet alleen hoger, maar vaak ook grover gebouwd.

Als u het niet zeker weet of u een reu of een teef wilt, laat u dan adviseren door de fokker. Die kent zijn pup het beste en weet wat het karakter van de pup is. De één is wat dominanter, de ander wat rustiger. Sommige fokkers laten op de leeftijd van 6-7 weken een puppy-test doen en plaatsen aan de hand van de uitslag van die puppy-test de pups. Maar meestal zult u al eerder moeten beslissen: een reu óf een teef.

Over reuen en teven doen allerlei verhalen de ronde. Teefjes zouden liever zijn dan reuen, maar er zijn veel teven die echt krengerig zijn. Ook zijn er reutjes die enorm lief en zacht zijn en helemaal niet “macho”. Ga dus niet zomaar af op allerlei generalisaties van reuen en teven.

Persoonlijke keuze.

In de eerste plaats is de keuze tussen een reu en een teef een persoonlijke. Bovendien is elk ras weer anders. Van sommige rassen is bekend dat de reuen (bijna) altijd dominant(er) zijn. Later gaan we nader in op punten die van belang zijn bij de keuze tussen reu of teef.

Wat wordt er nu precies gezegd over reuen en teven?

Vooroordelen:

  • Reuen zijn dominanter dan teven;
  • Reuen lopen dikwijls weg, teven nooit;
  • Teven zijn aanhankelijker dan reuen;
  • Teven zijn verstandiger dan reuen;
  • Reuen zijn moeilijker op te voeden dan teven;
  • Reuen zijn minder trouw dan teven.

Dominantie.

Zijn reuen werkelijk dominanter? Dit is sterk afhankelijk van het ras. Wanneer men 2 honden wil aanschaffen, of erover denkt om een tweede hond te nemen, zal men vaak merken dat de teven “dominanter” zijn dan de reutjes. De reu accepteert enorm veel van de teef. Wanneer de teef de reu corrigeert, zal de reu dit in bijna alle gevallen accepteren. Ook wanneer een reu en teef elkaar ontmoeten op straat, zal de reu een grauw van een teef accepteren. Wanneer 2 onbekende reuen elkaar tegenkomen op straat, zullen de reuen uitmaken wie van de 2 hoger in rang staat. Of een dergelijke ontmoeting uitloopt op een gevecht, hangt sterk van de honden af. Wanneer de honden goed gesocialiseerd zijn, zullen er waarschijnlijk geen problemen optreden. Men mag daarom niet op voorhand stellen dat reuen dominanter zijn dan teven!

Wie trekt naar wie?

Dat de reu naar de vrouw des huize zou trekken en de teef naar de man, is een fabeltje. Iedere hond heeft een “alpha-hond” nodig in zijn roedel. Het hoofd van de roedel kan de man óf de vrouw zijn. Zowel reuen als teven kunnen opeens “jaloers” zijn wanneer de man en de vrouw elkaar knuffelen in huis. Het hangt dus van de roedel verdeling in huis af, hoe dit zal gaan.

Van huis weglopen.

De bewering dat reuen meer weglopen dan teven, is deels waar, deels niet. Reuen kunnen inderdaad weglopen wanneer een teefje in de buurt loops is. Ze gaan dan op pad en kunnen uren voor het huis van hun geliefde zitten wachten, totdat zij naar buiten komt. Aan de andere kant kunnen teefjes enorme uitbrekers en weglopers worden wanneer zij loops zijn. Zij gaan dan op hun beurt op zoek naar een minnaar. Teven zijn gemiddeld 2 maal per jaar loops, gedurende 21 dagen. Buiten deze perioden zullen teven over het algemeen niet weg lopen. Reuen daarentegen kunnen, wanneer dit in hun aard ligt, het hele jaar op zoek gaan naar loopse teefjes.

Aanhankelijkheid.

Over de aanhankelijkheid van reuen en teven geldt hetzelfde als gesteld werd over de vraag “wie naar wie trekt” in huis. Ook hier is van belang hoe de roedel eruit ziet in huis. Ook in dit geval zijn sommige teven afstandelijk, terwijl andere weer erg aanhankelijk zijn. Ditzelfde geldt voor de reutjes. Deze bewering is dus niét waar!

Verstandiger.

Ook de bewering dat teven verstandiger zouden zijn dan reuen is niet waar. Het hangt van de individuele hond af en is niet specifiek sexe gebonden. Het is wél waar dat teefjes bij trainingen en werk iets geconcentreerder zijn. Bij activiteiten als speuren en gehoorzaamheid kan dit een punt van overweging zijn.

Makkelijker op te voeden.

Dat reuen moeilijker op te voeden zouden zijn is niet waar. Of een hond makkelijk of moeilijk te trainen is, hangt af van zijn karakter. Wanneer een hond erg gericht is op de baas, is een hond makkelijk te trainen. Zoals reeds eerder gesteld, kan zowel een reu als een teef naar de baas toe trekken.

Trouw.

Komen we bij het laatste punt, de trouw. Ook hier geldt weer dat zowel reuen als teven trouw zijn. Vaak wordt het weglopen van de reu (op zoek naar loopse teven) , gezien als een teken van ontrouw. Dit is echter geen ontrouw, maar het volgen van een instinct. Of honden erg aan huis gebonden zijn, hangt sterk af van het ras. Een keeshond zal bijvoorbeeld bijna nooit het erf verlaten zonder zijn baas!

Waar moet men dan wél rekening mee houden?

Na bovengenoemde beweringen over vermeende verschillen tussen reuen en teven, weet u misschien helemáál niet meer hoe u een keuze moet maken! Natuurlijk zijn er punten die u in overweging dient te nemen voordat u een besluit neemt. Naast persoonlijke voorkeur hangt de keuze sterk af van de activiteiten die u met de hond wilt gaan ondernemen.

Teven.

Teven worden zoals gezegd 2 maal per jaar loops, gedurende 21 dagen. Dit kan lastig zijn bij tentoonstellingen. Ook trainingen kunnen wat problematischer zijn, omdat de meeste teven snel afgeleid zijn gedurende de loopsheid. Tijdens de loopsheid zult u de hond scherp in de gaten moeten houden, om te voorkomen dat de hond ongewenst gedekt wordt. Tegen de loopsheid zijn diverse preparaten beschikbaar, die voorkómen dat de hond drachtig kan raken. Aan deze preparaten hangen vaak meer nadelen dan voordelen. Castreren wordt door veel dierenartsen al snel voorgesteld. Doe dit echter alléén als er echt een medische noodzaak: Waarom zou je snijden in een gezond lichaam?!? Een narcose brengt óók risico’s met zich mee!

Natuurlijk kunt u de teef laten dekken en een nestje laten krijgen. Bedenk echter dat dit erg veel werk is en dat u dit verantwoord moet doen. Er zijn immers al genoeg ongewenste honden op de wereld.

Een ander punt dat bijna altijd waar is, is het feit dat teven over het algemeen iets kleiner en lichter zijn dan reuen. Reuen zijn vaak beter in hun vacht. Teven kunnen na hun loopsheid schijnzwanger worden en zijn vaak wat “bitcherig”.

Reuen.

Reuen zijn vrijwel altijd groter en zwaarder dan teven. Wanneer u graag tentoonstellingen bezoekt, kan dit een punt van overweging zijn. Wanneer de hond erg mooi is qua exterieur, kan het gebeuren dat men uw reu vraagt voor dekkingen. Vanzelfsprekend moet men dit afwachten, omdat men niet van te voren kan zeggen hoe een puppy uitgroeit. Reuen hebben verder geen echte nadelen, behalve het eerder genoemde verschijnsel dat sommige reuen verstokte Don Juans zijn en op zoek gaan naar loopse teefjes.

Gezondheidsproblemen.

Zowel reuen als teven hebben zo hun eigen gezondheidsproblemen. Teven kunnen o.a. problemen krijgen met hun baarmoeder, borstklier tumoren, en haaruitval door hormoonstoringen. Reuen echter kunnen een voorhuidontsteking krijgen, wat gepaard gaat met uitvloeiing uit de penis, of prostaatproblemen. Men kan echter niet stellen dat reuen meer of minder last van sex gebonden klachten hebben dan teven.

Algemene omgang met de hond.

Over het algemeen willen jonge pups graag luisteren naar hun baas. En in het begin besteedt een baas hieraan ook vaak veel aandacht. Wanneer de hond echter wat ouder wordt, gebeuren er vaak 2 dingen: De baas denkt dat hij het wel voor elkaar heeft en laat de teugels wat vieren; de hond wordt echter zelfstandiger en gaat juist steeds meer uitproberen. Door in de dagelijkse omgang met uw hond een aantal regels in acht te nemen, kunt u er voor zorgen dat het voor de hond duidelijk blijft dat u de ranghoogste bent. We noemen er een aantal:

  • U bepaalt wat er wanneer gebeurt. Dus u geeft de hond niet altijd zijn zin wanneer hij u uitdaagt tot een spelletje, of aan de deur krabt omdat hij er uit wil. Draai de rollen om, zodat het initiatief bij u ligt. Wanneer uw hond aan de deur krabt, en het inderdaad de hoogste tijd is om uit te gaan, geeft u uw hond een commando (bijvoorbeeld “af” of “plaats”). Pas als de hond even is blijven liggen, neemt u hem mee naar buiten. Ander voorbeeld: wanneer de hond opdringerig om aandacht vraagt, negeer hem dan volkomen. Als de hond zijn pogingen staakt en rustig gaat liggen of zitten, dan geeft u hem wél aandacht. Het initiatief komt dan weer van u en u en u beloont bovendien de hond voor goed gedrag: namelijk niét opdringerig zijn, maar rustig zitten of liggen. Het gaat er dus niet om dat u uw hond minder aandacht zou moeten geven, het gaat erom dat niet hij maar u hiertoe telkens het initiatief neemt.
  • Roep de hond, voordat u hem op uw initiatief aandacht, te eten, een spelletje of een hondenkoekje geeft, met een commando naar u toe. U leert de hond daarmee om graag en vlot naar u toe te komen als u hem roept; hij krijgt immers zodra hij op uw commando komt, altijd positieve aandacht.
  • Geef uw hond de leuke dingen van het leven niet altijd meer zomaar. Laat hem voordat hij iets positiefs krijgt (een aai, zijn eten, een wandeling, etc.) er iets voor doen. Bijvoorbeeld op commando naar u toe komen en/of gaan zitten of liggen etc. Door al deze zaken bevestigt u keer op keer op een vriendelijke maar duidelijke manier uw leiderschap over de hond.
  • Als u uw hond borstelt, reik dan over de hond heen of ga over de hond heen staan (met één been aan elke kant) om zijn zijkant te borstelen. Gebaren van bovenaf over de hond heen, zijn voor de hond een teken dat u een hogere rang heeft dan hij.
  • Als leider wint u altijd alle (kracht-)spelletjes. Dus trekt u om het hardst aan een speeltje, zorg dan dat u de hond bewijst dat u sterker bent dan hij.
  • Als u het goed vindt dat uw hond op de bank/ de stoelen/ het bed mag liggen, dan is dat opvoedkundig gezien prima, onder één voorwaarde.  Leer hem (op basis van beloning) een commando dat betekent dat hij van de bank/ de stoel/ het bed af moet gaan (bv: “op de grond!”) en/of dat hij op zijn eigen plaats (mand/kleed) moet gaan liggen. Stuur uw hond, wanneer hij het commando eenmaal begrijpt af en toe inderdaad van de bank/ de stoel of het bed af. De beschikking hebben over de beste ligplaatsen is voor een hond namelijk een veelzeggend voorrecht (dit recht is voorbehouden aan ranghogere dieren).
  •  Uw hond te leren dat u hem tolereert op de bank, maar tegelijkertijd dat u het recht heeft om hem er weer vanaf te sturen, is één ding die u kunt doen om uw rang hogere positie niet in twijfel te laten trekken.
  • De regels kunt u afhankelijk van uw relatie met uw hond strikter of minder strikt toepassen. Wanneer het voor uw hond helemaal duidelijk en geaccepteerd is dat u ranghoger bent dan hij, kunt u “de teugels wat laten vieren”. Merkt u dat uw hond uw leiderschap op de proef wil stellen, dan past u de regels (weer) strikt toe. Overigens is het toepassen van de “huisregels” ook belangrijk bij een niet zo’n dominante hond. Duidelijk leiderschap van uw kant is niet alleen belangrijk om ervoor te zorgen dat de hond niet probeert om zelf de leiding te nemen, maar ook omdat duidelijk leiderschap de hond rust, duidelijkheid, zelfvertrouwen en vertrouwen in u geeft!

Algemene regels voor de omgang met uw hond.

  • Wees steeds consequent in uw gedrag naar de hond. Dus niet de ene keer wel en dan weer niet toelaten dat de hond op de bank gaat liggen.
  • Blijf kalm en geduldig in de omgang met uw hond. U dient zelfverzekerd over te komen en geen aarzelend gedrag te vertonen (zeker niet bij agressieve honden).
  • Gebruik uw stem op de juiste wijze; dwz beloning, commando en correcties zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. Dit betekent bij een correctie een ‘lage’, barse stem gebruiken/ bij een commando een ‘neutrale’, heldere stem/ en bij een beloning een ‘hoge’, vriendelijke stem gebruiken.
  • Geef uw hond alleen commando’s in situaties waarbij u wéét dat ze opgevolgd worden (geen afleiding door bv andere honden). Een eenmaal opgegeven commando dient dan ook uitgevoerd te worden. Voert uw hond het commando na 1 keer zeggen niet uit, herhaal het dan en ‘help’ uw hond bij het opvolgen van het commando. Blijf dus commando’s niet eindeloos herhalen, en ga zéker niet schreeuwen. Vergeet niet om uw hond te belonen (met stem, een aai, spel en/of voer) voor een juist uitgevoerd commando. Let erop dat u het commando ook weer opheft door de hond bv “vrij” te geven.
  • Corrigeer ongewenst gedrag op het moment dat het uitgevoerd wordt of meteen erna (binnen een halve seconde), door de hond stevig over de snuit te pakken en/of met ‘dreigende’/harde stem bv “houdt daarmee op!” te roepen. Zorg ervoor dat een correctie duidelijk effect heeft! Na de correctie de hond een aantal commando’s uit laten voeren en alleen met stem belonen (‘goed maken’).
  • Beter is het te voorkomen dat de hond ongewenst gedrag gaat uitvoeren, door met ‘dreigende’, harde stem “Nee!” te roepen. Stopt de hond met het ongewenste gedrag? Dan de hond kort met de stem belonen en hem een ander, niet verenigbaar gedrag laten uitvoeren (afleiden). Gaat de hond tóch door met het ongewenste gedrag? Dan overgaan tot het geven van een correctie (zie boven).

Gewenst gedrag belonen geeft meer resultaat dan ongewenst gedrag (steeds) corrigeren!

  • Geef de hond een eigen plaats (mand of deken) op een rustige plek. Corrigeer de hond nooit als de hond op zijn plaats ligt. Stuur de hond ook niet voor straf naar zijn mand. De hond moet zijn plaats als een rustige, veilige plek beschouwen en niét als strafplaats!

Laat uw hond NOOIT alleen met (kleine) kinderen!

Wat kinderen WEL en vooral wat kinderen NIET met een hond mogen doen!

Gedragsregels voor kinderen en hun ouders.

Algemeen: een hond beschouwt een kind niet als zijn baas, maar hooguit als een gelijke. Daarom accepteert een hond bepaalde dingen wél van een volwassene, maar niét van kinderen. Zijn reactie daarop kan zijn dat hij van zich afbijt.

  • Kinderen kunnen NIET de verantwoordelijkheid over een hond dragen. Dat betekent dat kinderen over het algemeen niet zónder een volwassene met een hond kunnen gaan wandelen, en óók niet zonder risico’s met een hond alleen kunnen worden gelaten.
  • Kinderen mogen een hond niet storen terwijl hij eet of drinkt, of als hij slaapt.
  • Kinderen mogen de hond alleen commando’s geven onder toezicht van een volwassene.
  • Kinderen mogen (in het bijzijn van een volwassene) wél zoek- en apporteerspelletjes , maar géén trekspelletjes of andere machtsspelletjes met de hond doen.
  • Kinderen mogen niet rennen of gillen in nabijheid van een hond. Ook moeten ze hun handen laag houden. Anders kan het zijn dat de hond juist naar hen toekomt en tegen hen opspringt, denkend dat de kinderen willen spelen.
  • Kinderen mogen een aangelijnde hond alleen aaien als ze toestemming hebben gevraagd: éérst aan de volwassene die het kind begeleidt, dán aan de eigenaar/ begeleider van de hond en dán aan de hond zelf. (Tijdens cursussen leren ze hoe dat moet.) Ze mogen de hond alleen onder zijn oor kriebelen of aan de zijkanten aaien, richting staart. Een niet-aangelijnde hond mogen ze aaien, wanneer ze eerst toestemming hebben zoals bij de aangelijnde hond, en dan alleen wanneer de hond uit zichzelf naar het kind toekomt.
  • Een kind dat er geen behoefte aan heeft om een hond te aaien, kan de hond het beste negeren door weg te kijken. De hond zal de belangstelling voor het kind dan vlug laten varen. Elke reactie op zijn aanwezigheid moedigt de hond alleen maar aan om naar het kind toe te gaan.

Dit zijn de belangrijkste gedragsregels waar u als ouder/verzorger op toe kunt zien!

Pup in huis.

Naast uw persoonlijke keuze zult u zich moeten afvragen wat u met de hond wilt gaan ondernemen (welke training, fokken, etc.). Laat u goed voorlichting door de fokker over de beschikbare honden. Ieder ras en iedere foklijn kan verschillen.

Voor de aankomst van uw nieuwe aanwinst, en dit geldt in het bijzonder voor een pup, dient u in huis en tuin dezelfde veiligheidsmaatregelen te treffen als bij een jong kind. Berg schoonmaakmiddelen, medicijnen e.d. goed op, sluit vuilnisbakken af, zorg dat kinderen niet overal hun speelgoed laten slingeren, werk elektriciteitssnoeren weg. Ook voor u vanzelfsprekende dingen zoals sigaretten en vooral chocolade zijn bijv. zeer giftig voor honden, evenals sommige planten zowel binnen- als buitenshuis. Bij het spelen en knagen op takken kan de hond zijn mond flink bezeren met houtsplinters. Verder zorgt u er natuurlijk voor dat de tuin goed afgezet is, zodat uw hond niet weg kan lopen. Verstandig is om de komst van uw hond voor te bereiden door een goed honden informatie boek te lezen. Ook in de bibliotheek zijn dergelijke boeken te verkrijgen. 

Als de pup in zijn nieuwe huis komt zijn er een paar dingen die u zich goed moet realiseren. De pup heeft in een korte tijd enorme ervaringen moeten ondergaan. Allemaal zeer inspannend voor de pup en er komt best wel veel op de pup af.

Daarom zijn de volgende punten van belang:

  • Zorg ervoor dat de pup in een rustig huis komt. Voorkom dat er teveel mensen zijn, die de pup willen aaien en liefkozen, dat kan de pup angstig maken.
  • Laat hem in alle rust zijn nieuwe huis onderzoeken en de nieuwe geuren en bewoners leren kennen. 
  • Niet gelijk de eerste dag familie en kennissen naar het nieuwe puppy laten komen kijken. Dat is veel te druk voor het hondje.
  • Neem de pup niet meteen mee de straat op. Hij heeft enkele uren nodig om zijn omgeving te leren kennen en alle nieuwe indrukken te verwerken. 
  • Straf de pup niet als hij/zij binnen plast. De pup heeft in dit opzicht nog nooit iets vervelends ervaren en hij is helemaal niet gewend zijn urine en poep op te houden. Al heeft de pup in huis geplast of gepoept ga toch even met de pup naar buiten.
  • Laat de pup de eerste dagen niet alleen in de kamer, hij is niet gewend aan eenzaamheid. In de kennel had hij dag en nacht zijn broertjes, zusjes en moeder om zich heen. De pup gaat de nieuwe baas voor zijn moeder aanzien. Daarom moet u handelen als moeder. Laat de pup niet te lang alleen maar blijf in de buurt. Als de pup slaapt ga dan gerust een poosje bij hem vandaan.
  • Zorg ervoor dat er een bench voor de pup klaar staat, een jonge pup is snel moe en moet dus een eigen plekje hebben waar hij/zij lekker kan uitrusten.
  • Leer kinderen vanaf het begin dat ze de pup niet te hardhandig oppakken en dat ze voorzichtig met hem spelen. Leer ze in de eerste plaats dat ze de pup MET RUST LATEN als hij in zijn BENCH of MAND ligt. Daar moet de pup alle rust hebben.
  • Iedere pup gedraagt zich weer anders als hij in een nieuw gezin komt. De ene pup is erg voorzichtig en verlegen, de andere overvalt het gezin als een wervelwind. De verlegen pup verlangt meer rust en gezelschap van u, terwijl de andere pup meer bezoek verdraagt en meer wil spelen.

Honden zijn geen speelgoed voor kinderen

U ziet het wel: teveel om op te noemen. Voor ons zijn het alledaagse zaken, maar voor deze nieuwe wereldreiziger is het allemaal nieuw, eng en vreemd. Vooral de harde geluiden kunnen afschrikken. Het is daarom van belang dat u zelf geen schrikreactie vertoont, maar doet alsof dit de gewoonste zaak van de wereld is.

De eerste dag.

Heeft u uw pup net bij de fokker opgehaald, óf is de pup net bij u gebracht door de fokker? De kans op verteringsstoornissen is de eerste dag vrij groot. Om dit risico te verkleinen geven wij u het volgende advies: Geef uw pup het eerste uur na de reis voldoende water, maar weinig voer. Doordat de pup opgewonden en moe is, kan het voer gemakkelijk verkeerd “vallen”. Ook het spijsverteringsstelsel moet eerst tot rust komen. De pup loopt dan minder kans om diarree te krijgen. Geef daarna kleine porties voer, overvoer uw jonge huisgenoot niet.

Bij een goede verzorging hoort een goede uitgebalanceerde voeding. Het overschakelen van de ene op de andere voeding kan vervelende maag-/darmstoornissen tot gevolg hebben. Neem daarom geen enkel risico en schakel geleidelijk over. Te veel voeding is net zo slecht als te weinig bouwstoffen; door een te snelle groei kunnen namelijk skeletafwijkingen ontstaan. Het is daarom raadzaam uw hond regelmatig te wegen om overgewicht te voorkomen. U wilt uw hond immers onder de beste omstandigheden laten opgroeien.

De dag dat de pup bij u in huis komt, is een dag van betekenis. Voor de pup, omdat hij zijn moeder en nestgenoten zal moeten missen/ en voor u, omdat u er een nieuwe huisgenoot bij heeft. Dit kan problemen geven voor wat betreft de voeding, de verzorging en de gezondheid.

De pup komt in huis.

Uw pup zal zich bij aankomst net zo voelen als iemand die onverwachts in een volkomen vreemde omgeving geplaatst wordt. Dus wat nu te doen? Zet hem op zijn toekomstige eigen plekje, een bench is hier ideaal voor. Hou in eerste instantie het deurtje open, de pup moet nog helemaal wennen. Een vaste plaats is voor een hond erg belangrijk. Zijn mand, kleedje of bench moet dus niet voor een kast staan, want hierdoor verjaagt u de pup telkens weer. Zijn plaats mag ook niet in een doorloop worden opgesteld. Hij moet een rustige plaats hebben, waar hij ongestoord kan liggen; niet op de tocht, niet onder een schuifraam en niet vlakbij de verwarming.

Laat de pup eerst rustig zijn domein verkennen. Het zal niet lang duren of de nieuweling begint zijn nieuwsgierigheid te bevredigen door overal aan te snuffelen. Verhinder hem wél om dingen te doen die u niet wilt.

Het is handig om te weten waar de pup uit zichzelf gaat liggen, dit is meestal ook de beste plaats voor zijn bench. U kunt de kleine gast nog een handje helpen door van zijn oude thuis een lap mee te nemen (van zijn nest) en deze in zijn nieuwe bench te leggen. Deze heeft de geur van zijn vertrouwde omgeving.

Als de jonge viervoeter plotseling onrustig met zijn neus langs de vloer gaat rennen, dan moet hij een plasje doen. Zet hem dan op de plaats neer die u voor het doen van de behoefte bestemd heeft. Ga hem niet straffen of met zijn neus door zijn ontlasting halen als hij zijn plasje of behoefte op een andere plaats doet dan u voor ogen heeft! Het is een pup en het duurt nog een tijdje voordat hij echt zindelijk is: ongelukjes kunnen gebeuren! Daarnaast snapt een pup een dergelijke straf niet en zal zich dan gaan ontlasten als u niet kijkt!

Een pup die wakker wordt, net heeft gegeten of net heeft gespeeld, zal overigens áltijd een plas moeten doen. Het is voor u de taak dit consequent goed in de gaten te houden!

De eerste nacht.

Wij als fokker raden het u aan, en als u er geen problemen mee heeft, om de pup mee te nemen naar de slaapkamer waar u de pup in een bench kunt laten slapen. Op deze manier bent u snel bij uw pup en hoort/ruikt de pup u, waardoor hij zich niet zo alleen voelt! Als de pup eenmaal gewend is aan de bench en dit als een vertrouwde plek beschouwd, kunt u de pup langzaamaan laten wennen aan een nieuwe slaapplaats buiten uw slaapkamer. De bench is immers zijn veilige plek geworden!

De eerste nacht kan onrustig voor u en uw nieuwe huisgenootje verlopen. Uw pup heeft in zeer korte tijd, zeer veel nieuwe ervaringen opgedaan. Overdag werd de aandacht door al het nieuwe afgeleid; er was zoveel om te ontdekken en te besnuffelen. Er komt echter een moment dat hij moe is en wil slapen. ‘s Nachts in het donker zal hij zich een beetje alleen gelaten voelen; mist hij zijn nestgenootjes om warm tegenaan te liggen. Hij voelt zich misschien als een hoopje ellende en kan gaan piepen of janken. Om te voorkomen dat uw pup gaat piepen van heimwee, kunt u een warmwaterkruik (niet te heet!) onder zijn bedje leggen en een tikkende wekker ernaast. Zorg er wel voor dat de pup deze kruik niet kan uitgraven. Ook een zacht kledingstuk van uzelf, of nog beter, de lap die u van de fokker heeft gekregen, kan meehelpen. Uw pup zal namelijk niet alleen de warmte, maar ook de geur van zijn moeder en nestgenootjes missen. Hij zal zijn snuitje erin leggen en door het al vertrouwde geurtje in slaap dommelen.

Een laatste kleine maaltijd voor het slapen gaan wil ook zeker helpen, met een gevulde maag is het lekker slapen. De eerste weken raden wij u aan zelf laat te gaan slapen en heel vroeg op te staan. Mocht de pup ‘s nachts onrustig worden, kunt u hem even laten plassen en/of poepen, waarna de pup weer rustig zal doorslapen. De kans dat de pup de slaapplaats zal vervuilen, is hierdoor veel kleiner.

Het zou fijn zijn als u voor uw pup een bench zou hebben. Fijn voor de nacht en voor als u overdag weg moet. Én u hoeft niet bang te zijn dat de pup tijdens uw afwezigheid het meubilair vernielt. (Er zijn intussen genoeg verhalen van eigenaren over puppy’s, die dit wél hebben gedaan!)

Bench.

Met een bench heeft u zelf ook momenten van rust waarop u de pup even niet in het oog hoeft te houden. De pup kan op momenten dat u niet op hem kunt letten in de bench worden gedaan, waardoor hij ook op onbewaakte momenten niets verkeerd kan doen. Het gevolg is dat men als baas minder vaak boos op de hond hoeft te zijn, wat de onderlinge relatie tussen jullie beiden alleen maar ten goede zal komen.

Een bench moet leuk zijn voor de pup!

Voor een pup die niet bij de fokker heeft geleerd al in een bench te zitten, is een korte periode van gewenning en aanleren nodig. Hierbij moet u op een goede manier te werk gaan. Houd er rekening mee dat alle pups anders reageren, het is dus erg belangrijk dat u goed naar uw eigen hond kijkt.

  • De belangrijkste regel voor het aanleren is: áltijd consequent zijn! Dit geldt voor álle gezinsleden. Spreek onderling af wat de regels zijn. Vergeet niet: álle honden kunnen het leren, maar u moet er wel wat voor doen!
  • Begin met het aanleren, de dag dat de pup bij u in huis komt. Het is dan vaak nog wel een klein hummeltje, maar hoe langer u wacht en hoe meer u toegeeft, hoe moeilijker het wordt.
  • Zorg er in de eerste plaats voor dat de kennel gezellig en vertrouwd is voor de pup. Leg er een dekentje in, indien mogelijk het dekentje met nestgeur dat je pup heeft meegekregen van de fokker. Laat de bench deur open staan, laat de pup de bench verkennen.
  • Probeer met behulp van brokjes of een spelletje de pup in en uit de kennel te laten lopen: zorg dat de bench “leuk” is.
  • Als de pup er moeite mee blijft houden, geef hem dan eten in de bench. Tijdens het eten gaat het deurtje dicht. Is de hond klaar met eten, dan gaat het deurtje weer open. Wacht niet tot de pup piept, maar zorg dat je er op tijd bij bent. De pup zal de bench steeds leuker gaan vinden, want eten is lekker.
  • Valt de pup ergens in de kamer in slaap, dan legt u hem direct in de bench. Hij moet leren dat als hij gaat slapen, hij dat in de bench doet. Doordat hij moe is, zal hij het makkelijker accepteren. Wordt hij wakker, laat hem er dan gauw uit om buiten zijn behoefte te doen. Hij zal daardoor heel snel in de bench zindelijk worden. (Een hond bevuilt over het algemeen zijn eigen hol namelijk niet!)
  • Leer uw kinderen de hond in de bench met rust te laten. Het is de enige plaats die de hond heeft. Kruipt hij er in, dan geeft hij aan: “Laat mij met rust!” Een jonge hond vindt in de bench de rust die hij zo hard nodig heeft.
  • Als u weg gaat, gaat de pup, met een beloning (geen buffelhuid botjes) in de bench. Houd de periodes dat u weg bent in het begin heel kort. De hond moet het vertrouwen opbouwen dat u weer terug komt. Langzaam kunt u de tijd dat u weg bent verlengen. Begin hier snel mee nadat u de pup in huis hebt. Het wordt moeilijker naarmate de pup ouder wordt en meer vrijheid heeft gehad.
  • Het is belangrijk dat u nóóit probeert de hond met brute kracht in de bench te krijgen!
  • Als de hond opstandig wordt wanneer hij merkt dat de bench gesloten is, doe dan niets! Schenk geen aandacht aan zijn ontsnappingspogingen. Bekijk hem zelfs niet. Zodra de hond 10 tellen rustig is, laat u hem er weer uit.
  • Stuur de hond nóóit in zijn bench om hem te straffen. De bench is een veilige plaats!
  • Sommige honden vinden het prettig een deken over hun bench te hebben. Dit verhoogt het gevoel dat het een hol is. Zorg wel dat het nooit te warm wordt in de kennel én zorg dat ze het dekentje niet in de bench kunnen trekken en er zo in verstrikt kunnen raken.
  • Geef een hond alleen speelgoed en kluiven in de bench als u erbij bent, ander bestaat de mogelijkheid dat de hond stikt in een deel van het speelgoed. Veiliger is een Kong te geven gevuld met wat lekkers.

Benchtraining.

Een bench, ofwel kamerkennel of hondenbox, is een metalen kooi die speciaal voor honden is bedoeld. Hoewel een bench helaas niet echt goedkoop in aanschaf is, loont de aanschaf ervan vaak toch de moeite. Het gebruik van de bench kan erg nuttig zijn bij de zindelijkheidstraining en bij het voorkomen van probleemgedrag, bijvoorbeeld wanneer de hond alleen is.

Wat zijn nu de voordelen van het gebruik van een bench?

  • Uw hond zal zich prettiger voelen in de bench wanneer hij alleen thuis moet blijven. De bench is voor de hond een soort hol waarin hij veilig is, zoals honden in het wild ook een veilig hol hebben. De kans dat hij de hele buurt bij elkaar jankt is daarom dan ook een stuk kleiner.
  • Uw hond krijgt de kans niet om “rottigheid” uit te halen terwijl u weg bent. Tóch prettig wanneer u zeker weet dat uw hond zich niet tegoed zal doen aan uw bankstel of uw vloerbedekking!
  • Wanneer de pup nog niet (helemaal) zindelijk is, vergroot het gebruik van de bench de kans dat het toch “droog” blijft terwijl u weg bent (ook ‘s nachts!). Een hond zal namelijk zijn eigen hol niet graag bevuilen. Alleen in uiterste nood (en zo lang blijft u natuurlijk niet weg) zal de hond in zijn eigen bench plassen of poepen. Niet alleen scheelt u dit een hoop dweilen, het is ook belangrijk dat het proces, waarin het een gewoonte wordt om alleen buiten te plassen en te poepen, niet wordt doorbroken. Ideaal bij de zindelijkheidstraining van een puppy.

Voordat u de hond in de bench opsluit wanneer hij alleen thuis moet blijven, met u ervoor zorgen dat de hond de bench als een prettige, veilige ligplaats gaat beschouwen. U zet de bench in de woonkamer, op een tochtvrije plek. Het liefst op een plek van waaruit de hond de kamer goed kan overzien. (De meeste honden vinden dit prettig.) In de bench legt u een deken of iets dergelijks, zodat de ondergrond aangenaam is om op te liggen.

Om de hond te wennen aan de bench geeft u hem een lekkere kluif (geen buffelhuid) of een gevulde KONG, die hij in de bench op mag eten. Het deurtje van de bench blijft open, maar als de hond zijn kluif of KONG wil meenemen naar een andere plek, brengt u hem rustig terug naar zijn nieuwe “plaats”. Dit houdt u een aantal dagen vol: iedere kluif of ander lekkers die de hond krijgt, laat u hem in de bench opeten. U kunt het beste pas doorgaan met de volgende stap wanneer de hond geen aanstalten meer maakt om zijn kluif mee te nemen naar een andere plek, maar rustig in de bench blijft liggen totdat hij klaar is met kluiven.

Is de hond eenmaal zover, dan gaat u door met de volgende stap. Iedere keer wanneer de hond wil gaan slapen, bijvoorbeeld na een wandeling of een spelletje, dan brengt u de hond rustig naar zijn bench. Als de hond in de bench gaat liggen (al dan niet op uw aanwijzing), beloont u de hond door hem een speeltje of iets lekkers in de bench te geven. Wanneer de hond een mand, een ligbed of iets dergelijks had, maak het de hond dan gemakkelijker door deze (in elk geval voorlopig) weg te halen. Past de mand of het ligbed in de bench, dan kunt u die daarin natuurlijk goed gebruiken! Wanneer de hond uit zijn bench komt met de bedoeling om op een andere plek te gaan slapen, brengt u hem, net zoals eerst met kluif, weer rustig terug naar zijn plaats.

Gaat de hond zonder problemen in de bench liggen slapen en zoekt hij deze zelfs regelmatig op, dan sluit u als de hond gaat slapen voor een tijdje het deurtje. U geeft hem hierbij de eerste keer weer een kluif of een KONG. U gaat nog niet weg, dat is pas de laatste stap. Mocht uw hond nu toch onrustig worden en/of gaan janken of blaffen, dan is het heel belangrijk dat u juist nu goed reageert. Dat wil zeggen: zolang de hond onrustig is, negeert u hem volkomen! U mag hem vooral niet troosten of geruststellen. Dan voelt de hond zich namelijk beloond voor zijn onrustige gedrag en zal hij dit dus blijven herhalen. Ook kunt u beter niet op hem mopperen, want ook dan krijgt hij toch aandacht van u en dat is precies waar hij om vraagt. Zodra de hond stil is, ook al is het maar even, gaat u op dat moment naar hem toe. Wees niet uitbundig, maar open gewoon het deurtje alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Laat de hond gelijk gewoon zijn gang gaan; het is niet de bedoeling dat u door uw gedrag de indruk wekt alsof er iets heel bijzonders is gebeurd.

Pas wanneer de hond rustig in de bench blijft liggen met het deurtje dicht, terwijl u thuis bent, neemt u de laatste stap. Als u (eerste voor korte tijd) weggaat, sluit u de hond op in de bench. Geef hem de eerste keer weer een kluif of KONG.

Een extraatje om de hond zover te krijgen dat hij uit zichzelf met plezier in de bench gaat, is nog het volgende. Leg regelmatig een paar hondenbrokjes of ander lekkers achterin de bench, op een moment dat de hond niet ziet dat u dit doet. De hond zal het al gauw de moeite vinden om telkens weer in de bench te gaan kijken of er misschien weer “zo maar” wat lekkers ligt.

Misschien denkt u, als u dit verhaal gelezen heeft, dat een goede benchtraining erg veel tijd en moeite zal kosten. In de meeste gevallen kunt u de omschreven stappen echter al binnen één tot twee weken allemaal nemen. Wel is het belangrijk dat u de hond echt stap voor stap aan de bench laat wennen en dat u daar zoveel tijd voor neemt als bij uw hond nodig heeft. Het resultaat moet namelijk zijn, dat de hond probleemloos alleen kan blijven in de bench, omdat hij dit als zijn eigen veilige ligplaats ziet. U mag de hond daarom ook nooit voor straf in zijn bench sturen (want dan wordt het juist een vervelende plek)! Als u kinderen hebt zult u erop moeten letten dat zij de hond, als deze in zijn bench ligt, ook nooit storen of lastigvallen. De bench moet juist een plek zijn waar de hond zich rustig kan terug trekken.

Zindelijkheidstraining.

Straf uw pup nóóit voor een (oud) hoopje of plasje, dan valt u in de ogen van uw puppy zonder enige aanleiding tegen hem uit; hij was allang ergens anders mee bezig! Duw uw pup nóóit met zijn neus in de urine of poep. De pup begrijp hier echt niets van!

Probeer daarom de pup zindelijk te krijgen door hem vaak en op de goede momenten uit te laten. Na het slapen, na het eten, na een spelletje zodat hij buiten leert plassen en poepen. Iedere keer dat de pup op een plek waar hij wél zijn behoefte mag doen plast of poept, prijst u hem (direct) uitbundig. Beloon uw puppy niet terwijl hij nog rondsnuffelt of aanstalten maakt, maar doe het pas wanneer hij werkelijk een plasje of hoopje doet. Begrijpt hij de bedoeling, dan kun je er ook een commando aan gaan verbinden.  Zo kunt u de hond leren om te plassen op commando.

Verder zal de hond moeten leren zich aan te passen aan uw uitlaattijden. Soms betekent dat een langzame opbouw van de ruimte tussen de wandelingen, zodat de blaas ook ingesteld raakt op minder vaak plassen. De hond kan niet meer gelijk plassen als hij aandrang voelt, maar moet leren om daarbij te wachten totdat u hem daartoe de gelegenheid geeft. Eigenlijk zoals dat ook bij een kind werkt.

De tijd die een puppy nodig heeft om zindelijk te worden verschilt van hond tot hond (net als bij kinderen). Bij sommige puppies is het zo voor elkaar, bij andere duurt het maanden totdat zindelijkheid bereikt is. Maar meeste honden hebben het hele riedeltje al snel in de gaten.

‘s Nachts.

De nachten zijn vanuit de zindelijkheidstraining gezien vaak het moeilijkst. Uw puppy is overdag gewend geraakt dat hij vaak de kans krijgt om zich buitenshuis te ontlasten, maar dat ligt ‘s nachts anders. Het beste kunt u uw pup de nachten door laten brengen in de bench naast uw bed op de slaapkamer. Om de kans op succes te vergroten zorgt u ervoor dat uw pup met een zo leeg mogelijk spijsverteringsstelsel de nacht in gaat. Haal voer en drinkbakken weg vanaf bijvoorbeeld 20 uur weg. Voordat u zo laat mogelijk gaat slapen, laat u uw pup nog uit en let u erop dat hij werkelijk iets doet. ‘s Morgens vroeg bent u er als de kippen bij om hem opnieuw de kans te geven zich te ontlasten. Het kan zinvol zijn om tijdens de eerste weken de wekker te zetten, zodat u uw puppy halverwege de nacht nog eens kunt uit laten.

Wij krijgen regelmatig te horen dat hij al “best zindelijk” is, maar zo nu en dan “laat hij het even lopen”. En dan komt vaak het volgende voorbeeld: “Ik loop gewoon naar hem toe en dan plast hij zomaar!” Of: “Als ik thuis kom staat hij blij te springen en als ik dan voorover buig om hem te aaien, plast hij!” Dat zijn mooie voorbeelden van een onderdanigheids plasje. Dit heeft niets te maken met een volle blaas, of onzindelijkheid. Voor dit soort “nederigheid” heeft uw pup gewoon altijd wat op voorraad. Handig voor begroetingen met grotere, enge honden of andere situaties waarbij je maar beter geen grote mond kunt hebben. Natuurlijk is zo’n hondje niet onzindelijk en heeft het al helemaal geen zin ze daarvoor te straffen, dat zou de boel alleen maar erger maken.

Loop niet helemaal naar zo’n hondje toe, maar laat hem de laatste meter naar u toekomen, terwijl u voor hem hurkt. Doe dat ook bij begroetingen, maak u klein, u bent nu minder bedreigend. Probeer ook uw stem minder ‘bars’ te laten klinken en wat zachter tegen hem te praten. Misschien is het mogelijk om de begroeting in de tuin te laten plaatsvinden, dat scheelt weer een keer dweilen. U kunt dan meteen even met hem spelen en hij kan nog eventjes zijn behoeftes doen. Als u nu weer samen binnenkomt, is de meeste spanning weer verdwenen. Besteed verder aan zulke ongelukjes geen aandacht, het zal vanzelf wel slijten als uw pup ouder wordt.

Sommige mensen denken dat hun hond wel degelijk weet dat hij kort daarvoor iets stouts heeft gedaan, omdat de pup zich dan zo ‘schuldig’ gedraagt. Dit is écht niet het geval, maar ontstaat als volgt: Stel dat je de kamer uit was, je komt binnen en ziet dat de pup een plasje op het kleed heeft gedaan. U moppert op de hond, misschien sleept u hem zelfs naar de plaats van het ‘ongeval’ toe. Neem van mij aan: je hond begrijpt hier helemaal niets van! Het enige wat de pup hiervan heeft geleerd, is dat het baasje plotseling boos kan worden. Daarom zal de pup de volgende keer dat u even weg bent en weer binnenkomt, zich onzeker en deemoedig gedragen. Dit betekent dat hij een lage houding aanneemt en misschien snel wegkruipt naar een veilig plekje. Dit doet hij dus omdat hij nu weet dat het zou kunnen dat de baas opeens weer boos wordt. Dit is zielig!

Specifieke probleempjes.

De lijn kan soms echt een aardig obstakel zijn in het begin. Sommige honden vinden het aan de lijn lopen eng, waardoor ze zich niet veilig voelen om zich te ontlasten. Vaak zijn ze niet gewend dat ze vlakbij een baas moeten gaan zitten en het feit dat ze vastzitten, belemmert ze een kalm plekje te zoeken.

De kalmte en rust erin brengen is dan belangrijk. Gewoon even een poosje blijven lanterfanten op een stukje gras, maakt meestal wel dat de hond gaat plassen of poepen. Het is allemaal een kwestie van gewenning, de pup moet immers een hoop leren over het leven!

Verder kunnen prikkels uit de omgeving erg afleiden, waardoor de hond zich niet kan ontspannen of gewoonweg te afgeleid is om iets te doen. Ook dan kan gewoon blijven staan op een bepaald stukje groen helpen.

Ontlasten op verzoek.

Het is mogelijk om uw hond te leren zich op verzoek te ontlasten. Dit kan heel handig zijn, zeker wanneer u in een drukke woonwijk woont en er bij u in de buurt hondentoiletten zijn waarvan uw hond verplicht gebruik moet maken. In de praktijk houdt dat in, dat u uw hond eerst naar een hondenuitlaatplaats of -toilet meeneemt, waar hij in de gelegenheid gesteld wordt zich te ontlasten. Vervolgens kunt u met hem gaan wandelen, zónder dat hij overlast veroorzaakt. U leert uw pup dit verzoek, door aan zijn daad een woordje te verbinden dat u speciaal hiervoor gebruikt, bijvoorbeeld ‘plasssssss’. Steeds wanneer uw hondje op eigen initiatief een plasje of hoopje doet, zegt u heel vriendelijk “plasssssss, braaf’ tegen hem, ongeacht op welke plaats hij dat buitenshuis doet. Al vrij snel koppelt een intelligente hond  het woordje ‘plassssss’ aan zijn daad en zal hij aandrang krijgen wanneer u dat woord uitspreekt. Het is dan voldoende om het woordje uit te spreken op een plaats waar hij zich mag ontlasten, bijvoorbeeld op een hondenuitlaatplaats. Vergeet niet om uw hond te belonen als het daadwerkelijk wat doet!

Jonge honden hebben tot een leeftijd van 5 á 6 maanden nog geen volledige controle over hun blaas. ‘Ongelukjes’ horen tot die leeftijd dan ook tot de mogelijkheden. Dat gaat ook weer over!

Onzindelijkheid?

‘Deemoed-plassen’ is geen onzindelijk gedrag. Het behoort tot de normale communicatie van honden. Onderdanigheid of dominantie communiceert een hond met zijn houding en met zijn gedrag. Als een hond zich erg onzeker of bang voelt, of zich enorm onderdanig wil opstellen, kan de hond zijn urine laten lopen. Het is gedrag wat u soms ziet al u (of bezoek) begroet wordt of als er drukte is in huis, wat de hond opwinding geeft en onzekerheid. Als een hond in contact zomaar zijn plas laat lopen, is dat dus een gebaar van overgave of angst. Dat kan en mag u nooit straffen! Daarmee maakt u het de hond namelijk wel erg moeilijk. Zich lager maken dan dat hij deed door te plassen kan immers haast niet en door straf lijkt u dat wel van de hond te vragen.

Het plassen zal dan dus toenemen en er ontstaat een probleem wat nog maar zeer moeilijk te keren valt. Totale miscommunicatie! Wat u wél moet doen is de hond negeren, niet aankijken, niet aanspreken, niet aaien. U heeft ‘even geen hond’! Pas als de rust later dat moment is weergekeerd, kunt u de hond begroeten.

Ook is het prima om de hond de mogelijkheid te geven om u buiten te begroeten. Dan plast ie maar een eind weg en hoeft u zich daar niet druk om te maken.

Veelal verdwijnt dit gedrag vanzelf als de hond wat zelfverzekerder wordt. U kunt de hond daarbij een handje helpen, door hem dingetjes te laten doen waar hij goed in is en om hem daarvoor te belonen.

Pure deemoed; op de rug draaien en je overgeven, als de hond dat gedrag toont als u hem een standje geeft, is de boodschap meer dan overgekomen en moet u stoppen met straffen.

Zoals een hele onderdanige hond zijn plas kan laten lopen, zo kan een meer zelfverzekerde hond bewust ergens een urine spoortje achterlaten als handtekening “dat is van mij”.

Soms ontstaat er door een nieuwe hond wat onrust in de roedel, waardoor er één van de honden kan gaan markeren in huis. Eigenlijk betreft dit vrijwel altijd ongecastreerde reuen.

Verder kan een hond gewoon ziek zijn. Honden die plotseling onzindelijk worden, daar is eigenlijk bijna altijd iets mee aan de hand. Een blaasontsteking zorgt voor het doen van vele kleine plasjes, maar ook een baarmoederontsteking of suikerziekte kunnen leiden tot onzindelijkheid. Bij plotselinge onzindelijkheid moet u dus altijd even langs de dierenarts.

Ook een hondje dat nog niet zindelijk is kan een blaasontsteking hebben, dus het is altijd handig om op te letten of het patroon van ontlasten zo ongeveer gelijk blijft.

In principe wordt iedere hond zindelijk, het is alleen een kwestie van geduld hebben!

Socialiseren.

Het allerbelangrijkste voor een goede start voor het verdere leven van de pup is het socialiseren.

Belangrijk voor u om te weten, in welke periodes de fokker en u invloed heeft op het socialiseren van de pup en welke dit zijn. Onderstaande levensfasen zijn zeer belangrijk en een overgeslagen fase kan later nóóit worden ingehaald!

  • 1ste tot 4de week: zoals wij al eerder hebben aangegeven, een periode van eten, slapen en dus groeien. Deze periode vindt plaats bij de fokker, de pup heeft veel rust nodig. Pas met ongeveer 2 weken gaan de oogjes open, maar de pup is in staat om te zien rond de 18de dag. Rond deze tijd ontwikkeld zich ook het reukvermogen van de pup en kan deze ook horen.
  • 3de tot 8ste week: de inprentingsperiode; dit is de periode waarin de pup alle indrukken opdoet buiten zijn nest, die hij onthoudt voor de rest van zijn leven. Deze periode is het dus zeer belangrijk om de pup vertrouwd te maken met alles wat buiten het nest gebeurd. Meestal gebeurd deze hele fase bij de fokker, vanaf de 6de week (na de 1e inenting). De hond raakt vertrouwd met bv. De trein, de bus, overig verkeer, lawaai van het verkeer en geschreeuw van mensen en kinderen, de stad, de winkel, etc. Hoe meer de pup vertrouwd raakt met ál deze facetten, des te stabieler uw hond is en dus niet terugdeinst voor deze dingen als hij ouder is. Deze periode is niét meer in te halen. Een pup van 12 weken die is opgegroeid op een boerderij, kan niet alsnog deze periode doorlopen!
  • 8ste tot 12de week: de socialisatieperiode; in deze periode staat de pup heel erg open voor indrukken en leert hij heel snel. In deze levensfase zijn de eerste indrukken zeer bepalend voor het toekomstige gedrag van de hond. Het betekent echter ook dat de hond niet teveel slechte ervaringen mag opdoen, hij kan dan angstig worden. Deze periode is belangrijk om de hond kennis te laten maken met andere honden en dieren en met mensen en kinderen. Deze periode is belangrijk om bij het nieuwe baasje te zijn.
  • 12de tot 16de week: de rangordeperiode; de pup bepaalt zijn toekomstige plaats in de “roedel”. Deze periode is te vergelijken met de puberteit bij kinderen. Het kan zijn dat de hond in deze periode zal kijken hoever hij kan gaan om hogerop te komen binnen “de roedel”. Zo is het belangrijk om eerst zelf te eten en dan pas de hond. Bij trekspelletjes mag de hond nooit winnen. Als u bv. Thuiskomt van uw werk, begroet u eerst het gezin en als laatste de hond. Maar mocht de hond bij uw binnenkomst direct naar u toekomen, is dat geen probleem: de hond komt immers naar u (als ranghogere) toe. Bij het naar buiten lopen gaat u eerst naar buiten en dán pas de hond. Kleine kinderen staan voor een hond lager in rang, omdat ze meestal kleiner zijn als ze kruipen over de grond. Het is dan ook belangrijk kleine kinderen nóóit alleen te laten met de hond. Voor de hond is het ook belangrijk dat één persoon de duidelijke leiding heeft (net zoals in de natuur de roedel één vaste leider heeft). De hond kent geen democratie, als u niet bereid bent een haast ‘dictatoriale’ leider te worden, zou u eigenlijk geen hond moeten nemen. Een duidelijke leiding is nodig om uw hond zijn plaats te bepalen in het gezin.

Bij het ontwikkelen van het karakter van alle pups zijn twee factoren zeer belangrijk. Zoals de erfelijke factoren en de factoren waarin uw pup zal opgroeien. De erfelijke factoren zijn bepaald door de raskenmerken en de ouders van de pup. Net als de fokker speelt zeker de nieuwe eigenaar bij socialisatie een belangrijke rol. Gemiddeld zal een pup op de leeftijd van 8 weken naar de nieuwe eigenaar gaan. Die moet dan doorgaan met het socialiseren. Hoe meer je de pup socialiseert, hoe stabieler later zijn karakter tegenover nieuwe situaties zal zijn.

Laat de pup eerst een dag of twee aan het huis en de tuin wennen. Er komt dan al een hele hoop op hem af. Daarna kunt u met de pup de grote wereld in.

In huis zal de pup moeten wennen aan:

  • het gezin,
  • geluiden,
  • andere huisdieren,
  • het geluid van huishoudelijke apparaten,
  • deuren die open en dicht gaan,
  • visite.

Bij het socialisatieproces is de rol van de nieuwe eigenaar uitermate belangrijk. Laat de pup vooral op de vier pootjes staan als hij alle nieuwe dingen gaat ontdekken. Is de pup misschien voor bepaalde dingen toch een beetje bang? Vooral niet gaan bemoederen. Zo bevestig je dat er een reden is voor bang te zijn.

De pup moet de komende dagen en weken heel wat leren en verkennen. Ga met uw pup naar:

  • de stad of het dorp,
  • de markt,
  • de bushalte en het station,
  • de kinderboerderij,
  • Ontmoet vrouwen, mannen, tieners, kinderen, peuters en baby’s,
  • de dierenspeciaalzaak,
  • buren en familieleden,
  • andere honden,
  • geluiden van auto’s, bromfietsen en fietsers,
  • mensen met rare hoeden en brillen en paraplu’s,
  • vuilniszakken en andere dingen die op de stoep staan.

Opvoeding.

Het is aanbevolen om met een pup op cursus te gaan en gelukkig doen steeds meer mensen dat. Op deze cursus kan de baas leren hoe hij de baas moet worden en dat de hond helemaal onderaan de rangorde in huis hoort te staan. Bepaalde commando’s worden geleerd en de pup kan keurig komen op bevel, gaan zitten en liggen als de baas dat zegt en mee wandelen zonder te trekken.

Honden doorlopen vanaf hun geboorte tot aan volwassenheid een aantal fases. Fases waarin hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling centraal staat. Ze moeten evenwichtig opgroeien en hebben daarvoor een juiste voeding en verzorging nodig. Ook geestelijk moeten ze volwassen worden.

Van geheel afhankelijke bolletjes wol, worden de pups groter en leren hun eigen krachten kennen. Ze leren hoe ze moeten reageren op de grote wereld om hen heen en leren omgaan met hun nieuwe roedelgenoten: het gezin. Daarbuiten hebben ze kennis gemaakt met andere honden en spelenderwijs hebben de pups hun eigen plaats ingenomen.

Het leergedrag van een hond is sterk bepaald door conditionering. Belonen en bestraffen op een consequente wijze, bepalen hoe onze hond geconditioneerd wordt. Hierbij is leeftijd van wezenlijk belang. In de eerste weken van een hondenleven worden veel indrukken ingeprent, om nooit meer te worden vergeten. Slechte ervaringen uit die periode raakt een hond niet makkelijk meer kwijt.

Commando’s voor een hond bestaan uit meer dan alleen de woordenregen welke wij mensen soms op elkaar loslaten, en die voor een hond niets betekenen. Het is onze gehele houding op een gegeven moment, gecombineerd met de omstandigheden van dat moment, die bepalen wat een hond als reactie gaat geven. Consequentie in houding, gebaar en stem bepalen de duidelijkheid van ons commando.

Het gedrag van een hond is uiteindelijk een combinatie van gewoontes Het aan- en afleren van gewoontes domineert dus eigenlijk de opvoeding van de hond. Daarbij is het van belang u te realiseren dat het aanleren van een nieuwe gewoonte vele malen eenvoudiger is, dan het afleren van een oude gewoonte. Bovendien leert een hond veel makkelijker in zijn eerste jaren (of liever, weken) dan in zijn latere jaren. Het is goed ons te realiseren dat in een keer goed leren, dus veel eenvoudiger is dan ingesleten fouten corrigeren.

Aanpassing aan de huiselijke situatie.

Onze huishond moet zich nogal aanpassen. Er zijn meerdere roedels: in huis met het gezin, met visite, op het speelveld met andere honden, op de cursus, etc. Ook begeeft onze huishond zich in heel wat verschillende territoria: het huis, de tuin, de straat, het speelveld, het trainingsveld, de auto en zelfs bij het wandelen aan de lijn zou je kunnen zeggen dat het territorium wordt bepaald door de lengte van de lijn.

‘Consequent zijn’ is de sleutel.

Om consequent te kunnen zijn, moet er natuurlijk eerst duidelijkheid zijn over de regels. Bepaald moet worden wat de hond wel en wat niet mag. Wat hij wel mag, mag hij vervolgens altijd en wat hij niet mag, mag hij nooit! Dit klinkt allemaal vrij gemakkelijk, maar is best moeilijk. Toch is het noodzakelijk om een goede leider te worden. Ga met het hele gezin rond de tafel zitten en maak afspraken. Zorg dan ook dat iedereen zich daaraan houdt.

Om consequent te kunnen zijn, moeten we ook proberen ons een beetje in de gedachtenwereld van de hond te begeven. We kunnen tenslotte niet verwachten dat de hond menselijk kan gaan denken. Heel belangrijk hierbij is dat als we honden belonen of corrigeren voor gewenst of ongewenst gedrag, dit moet gebeuren op het moment dat het gedrag plaatsvindt. De pup knaagt bijvoorbeeld op een tafelpoot; hij moet leren dat dit niet mag en op het moment dat hij nog knaagt, moet hij gecorrigeerd worden. Dit kan door met een boze stem “Nee!” of “Foei!” te zeggen. De pup schrikt hiervan en houdt op met knagen. Op dát moment wordt de hond gecorrigeerd. U kunt uw pup afleiden door hem iets te geven waar hij wél op mag knagen.

Dit geldt natuurlijk voor al het gedrag dat niet gewenst is. Naast dit afleren van gedrag, moeten we de hond ook goed gedrag aanleren. Bijvoorbeeld het komen in het park, als we roepen. Het komen bij de baas moet altijd plezierig zijn, bazen horen dan ook hartstikke leuk te worden. Neem daarom in het begin altijd wat lekkers en wat leuks mee. Roep de hond een paar keer tijdens de wandeling, en niét alleen als hij weer aangelijnd moet worden om naar huis te gaan. Want dan leert hij dat komen bij de baas niet leuk is. Komt hij tussendoor een paar keer, geef hem dan wat lekkers of speel eventjes met hem en laat hem dan weer zijn eigen gang gaan. Pas dan wordt de baas leuk! Moet de hond komen en is hij net heel druk aan het spelen, dan kan hij beter niet geroepen worden. Want als hij na 10x roepen niet is gekomen en de baas gaat hem halen, dan leert hij dat hij niet hoeft te reageren op het commando “Hier!”. Straffen nadat hij eindelijk toch is gekomen, heeft geen enkele zin. Integendeel, dan komt hij de volgende keer helemaal niet meer.

Alleen de baas geeft commando’s

Ook mogen wij niet ingaan op commando’s van de hond. Dit doen wij echter dagelijks en zelfs vanaf de eerste dag dat de pup in huis is. De pup duwt zijn snuit onder onze hand en beveelt: “Aai baas!”, en wij maar aaien. De pup loopt naar de keuken en krabt in zijn waterbak: “Baas, drinken!”, en we rennen al voor hem. De pup komt met zijn speeltje aan en duikt door zijn voorpootjes: “Baas, spelen!”, en duiken mee op de grond, grommen gevaarlijk tegen de pup, trekken naar hartelust aan het speeltje en…. Laten hem winnen. De pup ligt na de eerste dag al heel ver voor op punten, en dat is natuurlijk niet hoe het hoort.

Natuurlijk is het leuk om de pup te aaien en natuurlijk heeft hij recht op drinken en vanzelfsprekend willen we spelen met hem. Daar hebben we de pup ook voor genomen, maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat de pup bepaalt wat er gebeurt. Dat doen wij! Als hij geaaid wil worden laten we hem eerst zitten, als hij wil drinken laten we hem eerst zitten en als hij aankomt met zijn speeltje geven we het commando “Apport!” en laten we hem het speeltje aan ons geven. Daarna kunnen we lekker gaan spelen. Alleen mag hij dan ook nog steeds niet winnen, want dat is niet consequent!

Alleen thuis.

Het is heel normaal en natuurlijk dat een pup in het begin niet graag alleen is. U kunt met de training beginnen vanaf het moment dat je pup 7 tot 8 weken oud is. Wanneer een hond nooit geleerd heeft om alleen te blijven, dan zal stapje voor stapje de hond gewend moeten raken aan het alleen zijn. Dit wordt bereikt door de hond steeds wat langer alleen te laten, waarbij u altijd zorgt dat u terug bent vóórdat de hond gaat blaffen.

Het zou fijn zijn als u een bench hebt, dan kunt u met een gerust hart weg gaan en hoeft u niet bang te zijn dat de pup tijdens uw afwezigheid het meubilair oid. vernielt. (Voor tips over uw pup in de bench, zie: “Benchtraining”.)

Spelen.

Onmisbaar voor een goede baas/hond verhouding! Spelen is uitermate belangrijk, het versterkt de band tussen baas en hond en het is goed voor mens en dier. Let er wel op dat ú het spel begint en stopt (rangorde bevestigen). Er zijn verschillende manieren om met uw hond te spelen. U kunt met hem stoeien of rennen, maar ook een aantal spelletjes met hem doen zoals apporteren, trekken, zoeken en vangen. Niet alle spelletjes zijn even geschikt voor puppies. Honden spelen altijd met een bepaald doel: bijvoorbeeld oefenen voor de jacht, kijken wie de sterkste, snelste of misschien wel de slimste is, maar ook de rangorde wordt mede bepaald door “spelletjes”.

De pupjes in een nest leren door elkaar te bijten, hoe hard ze kunnen bijten zónder de ander echt te verwonden. Dus als de ander ‘piept’, weet de pup dat de grens bereikt is. ‘Piep-speelgoed” is daarom niét aan te raden om te kopen: piepen betekent immers “Stoppen!”.

Spelen met de hond is niet alleen leuk, het is ook noodzakelijk voor de hond om uit te vinden waar de grens ligt bij de mens. Een mensenhuid kan veel minder hebben dan een hondenvacht. Je pup zal dus meestal in het begin véél te hard bijten, omdat hij dat gewend was bij zijn broertjes en zusjes. Als dit het geval is, kun je het beste reageren op de manier die hij al begrijpt: “Au” zeggen op een hoge “piep”-toon en ook direct stoppen met spelen. Negeer de hond daarna enige tijd (niet boos, niet mopperen, gewoon een pleister erop, volgende keer beter), de pret is over.

Regels voor het spelen met de hond zijn:

  • De baas begint, maar eindigt het spel ook. (Niet wachten tot de hond niet meer wil, dan ben je te laat.)
  • De baas bepaald waarmee gespeeld wordt.
  • De baas moet een goede inschatting maken van hoe ruw er gespeeld wordt. Sommige honden gaan echt ‘over de rooie’ en zijn niet makkelijk te stoppen, andere moet je juist een beetje opjutten.
  • Gaat de hond er onverhoopt met het speeltje vandoor, ren er dan niet achteraan, maar loop de andere kant op en doe net of je helemaal niet meer geïnteresseerd bent in het spelletje. Doe de volgende keer de hond aan de riem of langere lijn, zodat dit niet meer kan gebeuren.
  • Bij trekspelletjes (doe dit niet met jachthonden die “zacht” in hun bek moeten blijven) moet je er voor zorgen dat je achteruit loopt, de hond komt naar je toe en hij moet vier poten op de grond houden. Je ziet vaak dat mensen het speeltje recht omhoog trekken, waarbij de hond op de achterpoten gaat staan. Op die manier geef je de hond de gelegenheid zich groot te maken en hij zou wel eens kunnen denken dat hij daardoor op z’n minst net zo hoog in rang is als de baas (of hoger). Doe deze spelletjes nooit op een gladde ondergrond!
  • Apporteren is een leuk en leerzaam spelletje. Voorkom in begin echter zoveel mogelijk dat een pup “vol op de rem moet”, want dit is erg slecht voor zijn gewrichten! Dus rol een balletje zachtjes weg. Voor apporteren is een tennisbal heel geschikt, gebruik nooit een te kleine bal. Hou altijd op tijd op.
  • Als een hond moeite heeft met het loslaten van “de buit”, kunt u met een nog leuker speeltje tevoorschijn komen en ruilen. Probeer niet met alle geweld het speeltje af te pakken, dit heeft meestal een averechtse uitwerking. Na dit gebeuren meteen stoppen met spelen.
  • Honden daarentegen die erg onzeker zijn, kunnen zelfverzekerder worden door ze regelmatig een (trek)spelletje te laten winnen. Maar ook hier geldt: de laatste is voor de baas!
  • Na het spelen wordt het “gewonnen” speeltje opgeborgen. Dit speeltje is alleen van de baas en die bepaalt wanneer hij het even wil delen met de hond. Op die manier blijft dit speeltje interessant voor de hond.
  • Zorg ervoor dat u altijd het laatste spelletje wint. Honden die wel een tikje hoger op de rangorde-ladder willen klimmen, mogen zelden winnen.

Tot slot: Wees voorzichtig met trekspelletjes met een jonge hond zolang hij zijn tandjes aan het wisselen is!

Veel speelplezier!

Voeding.

Één van de regels die wij geleerd hebben, en die nu nog steeds heel goed van pas komt, is: Voer de hond met je ogen!

Waarmee we bedoelen, let op dat de pup niet te dik wordt, maar óók niet te mager. Je kunt dit controleren door met beide handen langs de zijkant van je hond te aaien.

Zijn de ribben niet (goed) voelbaar, dan is de hond te dik; kun je de ribben wel voelen, dan is de hond goed op gewicht; voel je een wasbordje, dan is de hond te mager.

Heeft de hond (met een goed lichaamsgewicht) een bijzonder drukke dag gehad, en is bv meer dan normaal buiten geweest, kan men hem/haar best wat extra’s geven. Als wij als mens lichamelijk goed bezig zijn geweest, hebben wij ook meer trek.

Er zijn zoveel goede merken hondenvoeding in de handel. Prima voer, waar de honden het goed op doen. Gaat u na verloop van tijd tóch eens een ander merk hondenvoer voor de hond nemen, doet u er goed aan altijd het oude en het nieuwe voer te mengen, zodat de maag van de hond aan het nieuwe voer kan wennen. Let op dat u geëxtrudeerde en geperste brokken niét in één maaltijd combineert. Check: Pak een bakje water. De geperste brokken zinken, de geëxtrudeerde zullen blijven drijven.

Er is speciaal puppyvoer in de handel. U kunt er vanuit gaan dat voedsel van de grote fabrikanten alles bevat wat uw pup nodig heeft. Geef dit puppyvoer tot ongeveer 6 á 8 maanden, daarna kunt u overstappen op een compleet voer voor volwassen honden. Sommige merken hebben als tussenfase een “Juniorvoer”. Het geven van extra kalk aan jonge opgroeiende honden kan schade veroorzaken aan de gewrichten. U doet hier meer fout dan goed mee! U maakt een compleet voer INcompleet door er dingen aan toe te voegen.

  • Tot de pup 3 maanden oud is kunt u het beste 4x per dag voeren.
  • Tot de leeftijd van een jaar 3x voeren.
  • Vanaf 1 jaar is 2x daags voeren voldoende.

En dan nog even dit:

Bedenk dat als u de hond heel erg verwend met lekkers/snoepjes en/of te veel brokken, u alleen het leven van uw hond verkort!

Een middelgrote hond, en zéker een grote hond kunt u het beste op een hoogte-standaard eten geven, dit ivm maagkanteling (maagtorsie). Als een hond diep moet bukken voor zijn eten kan het gebeuren dat als hij rechtop gaat staan het eten met een plof in zijn maag valt, waardoor deze kan kantelen. Het kan dodelijk zijn, dus let erop dat uw hond niet te gulzig eet. Eventueel kunt u de bak even weghalen en even later weer geven, ook is een anti-schrokbak een goed middel. Na het eten even rustig laten plassen en/of poepen en dan rust, zéker een uur!

Overgewicht bij honden.

Overgewicht.

Overgewicht is het meest voorkomende probleem dat door verkeerde voeding wordt veroorzaakt. Een hond is te dik als hij meer dan 20 % zwaarder is dan het ideale gewicht. Bij honden met een juist gewicht kan men de ribben goed voelen, maar niet zien. Omdat de verschillen in lichaamsgewicht in hondenrassen nogal uiteen lopen en voor een leek vaak moeilijk te schatten zijn, is het aan te raden af te gaan op het advies van uw eigen dierenarts. Overgewicht komt vooral voor bij oudere honden en bij honden die gesteriliseerd/gecastreerd zijn. Dit komt doordat deze honden minder actief zijn en een lagere stofwisseling hebben. Overgewicht door voedingsfouten komt óók bij puppies voor. Als zij teveel of te lang een energierijke voeding krijgen, in combinatie met te weinig beweging, dan veroorzaakt dit een overmatige onderhuidse vetafzetting.

Gevolgen van overgewicht.

Als er sprake is van overgewicht zal net als bij mensen, ook bij de hond de kans op bepaalde ziektes toenemen.Diabetes, hart- en vaatproblemen, maar ook problemen met het skelet en bewegingsapparaat, kunnen worden veroorzaakt of toenemen door overgewicht. Ook huid- en maag darmproblemen en een verminderde afweer bij infecties kunnen in verband worden gebracht met overgewicht. Gedurende de groeifase is een regelmatige controle van het gewicht van uw hond erg belangrijk. Overgewicht kan in deze periode leiden tot skeletproblemen en klachten van het bewegingsapparaat. Tot op heden is niet bewezen dat Heup-Dysplasie (HD) kan worden voorkomen door speciale voeding of diëten. Overgewicht of een verkeerde voeding kan de klacht wel verergeren. Ook kunt u zien aan de ontlasting of uw hond teveel of juist te weinig krijgt. Bij teveel voeding wordt de ontlasting dunner of brei-achtig, bij te weinig voeding is de ontlasting te hard (soms wel erg hard). Zet altijd voldoende vers water neer, maar sommige pups drinken zich een waterbuik, en die moet je wel eens een beetje afremmen. Geef dan het drinken dan ook pas ná het eten.

Diarree.

Diarree duidt meestal op een storing van maag en darmen, vooral bij jonge honden die vaak allerlei dingen opeten van de straat of uit tuinen, zoals steentjes, stukjes hout, ed. Het beste is een dag of 2 vasten, wel gekookt water geven of slappe thee met wat druivensuiker. Door het overgeven en/of de diarree raakt de hond erg veel vocht kwijt, terwijl de nieren nu extra hard moeten werken om de schadelijke stoffen uit het lichaam te verwijderen. Wil de hond niét drinken, giet dan met een theelepeltje voorzichtig wat (afgekoeld!) gekookt water met druivensuiker of honing naar binnen. Houdt de hond vooral warm. Veel regen en nattigheid, vooral ‘s winters kunnen dikwijls ook de oorzaak zijn van maag- en darmstoornissen (eten van sneeuw). Controleer in ieder geval rectaal zijn temperatuur. De normale lichaamstemperatuur bij de hond ligt hoger dan bij de mens. Namelijk tussen de 38 en 39 graden Celsius. Is zijn temperatuur lager dan 36,5 graden of hoger dan 40 graden, neem dan direct contact op met uw dierenarts. Is de maag- en/of darmstoornis minder ernstig en heeft de hond geen koorts, dan is een dag vasten vaak al voldoende. Geef de eerste dagen daarna geroosterd witbrood, beschuit, wat droge hondenbrokjes (geen diner), gekookt vlees en gekookte witte rijst, gekookte kip en vis. Geen groente, kalk en olie. Pas als zijn ontlasting weer normaal is, kunt u langzaam overschakelen op zijn normale voeding.

Het eten van een plastic zakje kan dodelijk zijn, evenals het verorberen van stuiterballen en knikkers. Als u ziet dat uw hond een plastic boterhamzakje (oid) naar binnen werkt, geef hem dan gelijk een paar plakken ontbijtkoek. Waarschijnlijk zult u dan de volgende dag het plastic zakje in de ontlasting vinden. Is dit niet het geval, is de hond stiller dan normaal en wil hij niet eten of drinken, ga dan diréct naar uw dierenarts!!! (Als een Labrador nl niet eet, dan is er iets goed mis!) Bent u er getuige van dat uw hond een stuiterbal of knikker doorslikt, wacht dan géén minuut en bel direct uw dierenarts. Een stuiterbal of knikker kan gemakkelijk een afsluiting veroorzaken in de maag, en zal dan operatief verwijderd moeten worden. Ook moet u oppassen met het laten rondslingeren van stopnaalden, veiligheidsspelden, etc. Het is naar binnen vóór u kunt ingrijpen, met álle mogelijke complicaties nadien. Een jonge hond in huis, staat bijna gelijk met een baby die over de vloer begint te kruipen.

Poep eten.

Poep eten: Coprofagie genoemd.

Als honden uitwerpselen eten vinden wij dat als mens zeer onsmakelijk, denk bv. ook maar eens aan een hond die in een vieze smurrie gaat liggen rollen. Of denk aan paardenvijgen eten. Dit zijn echte natuurlijke gedragingen. Anders wordt het, als de hond uitwerpselen gaat eten van zijn eigen soortgenoten. Er zijn dan ook best oorzaken te vinden voor honden die dit doen.

De zogende teef.

Bij een teefje dat met jongen ligt is het de normaalste zaak van de wereld, de moederhond stimuleert de pups door het likken van het plas- en poeporgaan, en maakt deze dan schoon door het zélf op te eten. Sommige pups nemen dit gedrag wel eens over, maar dit stopt na korte tijd. Als een pup echter te snel bij zijn moeder vandaan gaat, is hun dat gedrag nog niet afgeleerd en ervaart hij dat als normaal. De moederhond heeft tenslotte geen tijd meer gekregen het jong dit af te leren. Daarom mag je een pup ook nooit jonger dan 7 ½ à 8 weken bij de moeder vandaan halen. Deze periode is een erg leerzame periode voor de pup.

Zindelijkheidstraining en straf.

Een belangrijke oorzaak van coprofagie (poep eten) kan ontstaan zijn bij de zindelijkheidstraining. Soms probeert men de pup zindelijk te maken door hem met de neus letterlijk door de poep heen te halen. DOE DIT NOOIT, dit werkt contra. De pup gaat denken: “O, er mag dus niks liggen!”, en uit angst voor de harde straf gaat hij het maar opeten. Opeten is “schoon” en zo krijg ik ook geen straf, denkt ie dan. De hond handelt dan puur uit angst voor zijn baas! Om deze vorm van poep eten te kunnen voorkomen, dient u een dergelijke zindelijkheidstraining door te voeren zónder straf na een ongelukje. Wijs de hond erop dat dat niet mag door hem na het ongelukje zonder straf gelijk buiten te zetten en blijf erbij en zeg dan bv: “Toe maar plassssss!” Beloon hem wanneer hij dat dan ook gedaan heeft.

Aandacht en verveling.

Sommige honden lijken wel gestraft te willen worden door hun baas en hebben er veeeeel voor over om de aandacht van de baas te krijgen. De hond ontdekt dus als pup al, dat als hij ergens poept, hij daarvoor aandacht krijgt. Wel te verstaan negatieve aandacht, maar dat neemt hij dan maar op de koop toe. De baas ruimt het op en zo is hij óók gelijk met de hond bezig. De hond kan dit gedrag gaan immiteren, hij “ruimt het dus zelf op” door het op te gaan eten. Hierdoor krijgt hij onmiddellijk weer die aandacht die hij zo graag wil, want de baas wil natuurlijk niet dat hij die vieze drol opeet. Door deze reactie wordt het poep eten zélfs versterkt. De hond interpreteert de reactie van de baas als eindelijk wat aandacht hebben. Honden hebben namelijk liever negatieve aandacht dan helemaal geen aandacht. Werkhonden die geen werk hebben, of huishonden met geen aandacht, zullen dit gedrag veel eerder vertonen dan een hond met voldoende afleiding, liefde en aandacht. En als er tóch een drolletje geruimd moet worden, doe dit dan als de hond al buiten is. Negeer het, en ruim het op wanneer de hond het niet kan zien.

Kleine ruimte.

Honden die te lang en te vaak opgesloten worden in een kleine ruimte zijn ook vaak geneigd tot coprogafie. Honden willen nu eenmaal een schoon nest. Dat zien we al bij de pups, ze doen hun behoefte zo ver mogelijk van hun slaap of eetplaats af. Zit de hond te klein opgesloten dan heeft hij daar dus geen kans voor en gaat het dus zelf maar opruimen, om toch maar een nette kamer of bench te hebben. Zorg daarom dat uw hond voldoende ruimte heeft en laat hem voldoende uit. Natuurlijk moet de baas ook zorg dragen dat de omgeving schoon is van plas en poep.

Voeding en vraatzucht.

Voeding kan tegenwoordig geen reden meer zijn tot coprografie. Met de moderne voedingen krijgt de hond immers alle voedingsstoffen binnen die noodzakelijk voor hem zijn. Te korten aan één van deze voedingsstoffen hoeven dus niet weggewerkt te worden en om deze reden zal een hond dan ook geen uitwerpselen van andere dieren (kat en hond) gaan eten. Honger en pure vraatzucht kunnen echter wel een rede zijn. Honden die te weinig eten zullen dus alles van straat eten wat ze maar tegenkomen. Want in uitwerpselen van andere dieren zitten toch nog altijd onverteerbare stoffen. Geef uw hond daarom voldoende en een uitgebalanceerde voeding. 

De reden waarom uw hond poep eet is dus niet makkelijk te achterhalen. Een oplossing van het probleem is dus ook niet in een handomdraai te geven!

Voorkómen van het probleem is het eerste onderdeel van de therapie. Voorkom het gedrag door de poep in de kennel of in de tuin direct op te ruimen. Dat wordt al veel moeilijker als het probleem zich juist voordoet in het park of bos. Het altijd aan de lijn houden is vaak de enige oplossing, je kunt dan direct ingrijpen als de poep of iets anders wil opeten. Een muilkorf gebruiken kan ook, maar dan loopt u de kans dat uw hond een ander, minder prettig etiket op zijn kop gedrukt krijgt van de andere wandelaars in het bos. Extinctie, het áltijd vóór zijn, is een leermethode die niet gemakkelijk is vol te houden. Toch ontkomt u er niet aan; voorkomen is beter dan genezen.

Eén van de nog niet door de wetenschap bewezen theorieën omtrent de oorzaak van poep eten, is een tekort van bepaalde stoffen in het voer. Wélke stoffen is nog onduidelijk, maar men gaat onder andere uit van een mogelijk tekort aan enzymen. 

Een tip die je vaak hoort, is het geven van een enkele eierkoek per dag. Als het gedrag gestopt is, kunt u overgaan tot één eierkoek per week. Bij veel honden werkt het succesvol. Een andere mogelijkheid is het toevoegen van een ijzertablet aan het eten.

Eet uw hond zijn éigen ontlasting op, dan kunt u stukjes ananas aan het dagelijkse voer toevoegen. Dat schijnt dan de smaak van de ontlasting minder aantrekkelijk te maken.

Belangrijk: Begin niet zélf met experimenteren, maar bespreek het dieet van uw hond met uw dierenarts! Bij sommige honden heeft het effect, maar het is niet direct te zeggen dat het aan het geven van een eierkoek ligt.

Boven alles wat hierboven staat beschreven, moet de ontlasting etende hond het best 2 tot 3x per dag gevoerd worden, met een hoog verteerbaar voer. U moet in elk geval een hongergevoel bij uw hond voorkomen, die een hond vaak zal hebben wanneer hij 1x per dag eten krijgt en/of gevoerd wordt met een slecht verteerbaar voer.

Het straffen van poep eten is erg moeilijk. Zoals gezegd, poep eten is sterk zelfbelonend gedrag, en straffen is alléén effectief als u uw hond kunt betrappen op het willen gaan eten van poep. Straffen op ‘heterdaad’ is al te laat! De beloning – poep eten – gaat dan vaak al boven de straf uit! Ook zal de hond dan leren dat hij voortaan sneller moet zijn met het opeten. Als u wilt dat de straf gekoppeld wordt aan het poep eten en niet aan u, zodat straf ook werkt op afstand, zult u van goede huize moeten komen.

Ruiken aan ontlasting is heel natuurlijk voor honden, dat mag nóóit bestraft worden door de eigenaar. Door te ruiken “leest” uw hond andere honden!

Een laatste paardenmiddel in dit artikel is het onsmakelijk maken van de ontlasting door het te besprenkelen met iets vies, in de vorm van bv. pepers of azijn. Deze manier om het probleem op te lossen is een lastige, want het is alleen effectief wanneer alle ontlasting onsmakelijk is gemaakt.

Groei en belasting.

Een veel voorkomende vraag is wanneer men nu aan bepaalde hondensporten, zoals behendigheid of springen in het algemeen, kan beginnen. Globaal genomen gaat men er in de kynologie van uit, dat men hiermee kan beginnen als de hond 1 jaar oud is. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de leeftijd waarop de verschillende skeletdelen hun groeischijven of groeikernen verliezen. Dit is het moment waarop een totale verbening heeft plaatsgevonden en de hond dus uitgegroeid is.

De gegeven leeftijden zijn gemiddelden voor middelgrote honden. Kleine honden zijn in het algemeen iets eerder uitgegroeid, de reuzenrassen vaak later.

SkeletdeelMoment van sluiten van de groeischijven
Schouderblad8 maanden
Opperarmbeen
boven: 18 maanden
onder: 6-8 maanden
Spaakbeen6-8 maanden
Ellepijp15 maanden
Middenvoetsbeentjes6 maanden
Bekken, vergroeiing van darmbeen, zitbeen en schaambeen6-8 maanden
Complete verbening van het bekken24 maanden
Dijbeenboven en onder 18 maanden
Scheenbeen18 maanden
Hielbeen15 maanden

Opvallend in de tabel is dat het bekken uiteindelijk pas is volgroeid als de hond 2 jaar oud is.

Ook het dijbeen en het opperarmbeen zijn pas laat volgroeid. Veel pijpbeenderen hebben 2 groeischijven: één dicht bij het lichaam gelegen. In de anatomie wordt dit proximaal genoemd.

In het verst van de romp verwijderde uiteinde is ook vaak een groeischijf gelegen. Dit is de distale groeischijf.

Vanzelfsprekend zijn deze groeischijven uitermate belangrijk om rekening mee te houden tijdens inspanningen. Wanneer tijdens de groei regelmatig grote schokken opgevangen moeten worden, ontstaat er vervroegde botvorming in deze groeischijven. Deze versnelde verbening leidt tot groeistoornissen en bewegingsproblemen.

Voor uw pup is het van belang dat hij niet alléén over gladde vloeren hoeft te lopen, zorgt u dan voor een (tijdelijk) kleed.

U kunt met de hond naast de fiets gaan trainen vanaf rond 1 jaar. Rustig opbouwen en alleen als de temperatuur onder de 25 graden is. Asfalt warmt erg snel op.

Vermijd het eerste jaar rul zand, Gaat u een enkele keer naar zee, til de hond dan op tot hij op het harde zand is.

Vermijd het eerste jaar spelletjes  waarbij de hond abrupt moet stoppen.

Spelen op een trampoline o.i.d. is nooit goed. 

Zwemmen.

Honden zwemmen over het algemeen heel graag. Telkens kunnen wij er van genieten hoe onze honden en die van andere hondeneigenaren door het water gaan. Maar over het zwemmen van honden moet je toch enkele dingen weten.

We hebben ze voor u op een rijtje gezet.

Wat zijn de voordelen van het zwemmen:

  • Door de rechtlijnige bewegingen die de achterpoten tijdens het zwemmen maken, worden de bilspieren op een juiste wijze getraind. Sterke spieren zorgen dat de gewrichten goed op elkaar aansluiten. Wat van belang is voor een goede ontwikkeling van de heupen.
  • Zwemmen in kalm water is goed voor het versterken van de rugspieren. Het water vangt gedeeltelijk het gewicht aan de rug op, daardoor wordt de wervelkolom minder belast.
  • Zwemmen remt de gewrichtsslijtage (artrose) af. De gewrichtsslijtage ontstaat door beschadiging van het kraakbeen.
  • Stromend water masseert de spieren.
  • Het zoute water van de zee help vele vormen van huidontstekingen te genezen en te voorkomen.
  • In het water kunnen geen plotselinge scherpe bochten gemaakt worden, zoals bij het spelen met een bal op het grasveld.

Welke honden mogen niét zwemmen?

  • Honden, die door het water last krijgen van oren of diarree met of zonder braken..

Wanneer en waar kunt u honden niét laten zwemmen?

  • In te koud water, dan kunnen de spieren verkrampen.
  • Daar waar veel riet in het water staat.
  • Als het water eind zomer zó opgewarmd is en waarin botulisme of blauwalg zijn gesignaleerd is.
  • Daar waar vissers aan het vissen zijn.
  • Op plaatsen waar veel watervogels aanwezig zijn.
  • Bij afvoerleidingen van rioleringen en rioolwaterzuiveringsinstallatie.
  • Bij een gemaal of sluis.
  • Waar boten varen.
  • Als de zee te ruw is.

Zeewater is prima om uw hond in te laten zwemmen. Maar pas op dat uw hond niet teveel van het zeewater drinkt. De hond kan daar behoorlijk van worden. Gaat u dus aan zee met de hond zwemmen, neem dan een fles drinkwater mee. Als u merkt dat uw hond dorst heeft, laat u de hond drinken. Blijft uw hond zeewater happen? Haal hem dan uit de zee!

Helaas kunnen honden soms niet zwemmen. Dat kun je zien als de hond alleen met de voorpoten spartelt. Ook de achterpoten moeten krachtige voortstuwende bewegingen maken. Dus kijk goed of uw hond kan zwemmen en zijn kop boven water kan houden. Let op dat de inenting tegen de ziekte van Weil actueel is. Deze enting is maar 1 jaar geldig. Weil komt voor in water waar ratten zwemmen.

Hoe kan je je hond leren zwemmen?

  • Ga met uw hond langs een ondiep beekje wandelen, en laat hem zo wennen aan het stappen in het water.
  • Ga, samen met een ander persoon die een hond heeft die dol is op zwemmen, naar zwemwater.
  • Gooi een voorwerp in het water waar uw hond dol op is. Niet te ver weg, want de hond moet nog grond onder zich voelen.
  • Ga met een persoon die bekend is voor de hond het water in. U gaat zélf een stukje het diepe in, waar de hond niet meer kan staan. De andere persoon houdt de hond vast, gericht naar u. Wanneer de hond rustig is (de hartslag is gedaald), kan hij worden losgelaten om naar u te zwemmen. Lukt dit nog niet, kom dan een stukje dichterbij. Wanneer het lukt, beloon hem en herhaal dit dan.

Pas op: Gooi uw hond nóóit in het water!!!

De hond mag niét zwemmen tótdat hij álle entingen heeft gehad. En dan nóg goed opletten hoe de qualiteit van het water is!

Pas op met springen vanaf de kant in het water, er kunnen (voor ú onzichtbare) stokken liggen!

Zwemt uw hond ook graag in de winter, zorg er dan voor dat de hond niet na het zwemmen gaat zitten op de koude grond. De bloedtoevoer naar de staart kan daardoor negatief beïnvloed worden en de staart raakt een soort van verlamd. Dit kan lang duren voor het hersteld is.

Gedrag van de hond.

Honden, dus ook Labradors, stammen af van de wolven. Echter zijn de honden in meer dan 10.000 jaar gedomesticeerd en heeft de mens daarin de uiterlijke en innerlijke kenmerken van de honden veranderd. Hierdoor ontstonden verschillende rassen, met ieder hun eigen ingefokte kenmerken. Zo zijn er honden gefokt om te jagen, maar ook rassen ter verdediging van de mens en bv. honden die kuddes drijven. Een hond is in principe wel een roedeldier gebleven zoals de wolf, echter ziet de hond in het gezin waarin hij woont óók een roedel. Net als in de wolvenroedel waarin er een leider is, moet dit ook het geval zijn in een gezin. De hond moet binnen het gezin, ongeacht de grootte, altijd de laatste in de hiérarchie zijn en blijven.

Aangezien honden niet kunnen spreken, communiceren zij onderling op een andere manier. Zij blaffen, grommen, huilen, janken en piepen naar elkaar. Elk van deze vormen geeft een signaal naar de andere hond, wat iets zegt over de gemoedstoestand van de hond. U als eigenaar van de hond zal deze signalen moeten kunnen interpreteren. U zult ook met uw Labrador communiceren dmv commando’s zoals “zit”, “af” etc. Een en ander zult u kunnen leren tijdens een cursus bij uw plaatselijke Kynologenclub. Iets wat altijd aan te raden is.

Wat voorbeelden van gedrag zijn:

Dominant Gedrag.

Dit is vooral belangrijk binnen het gezin, de hond hoort dus onderaan de ranglijst te staan. Mocht het gebeuren dat de hond stijgt, zal dit onherroepelijk tot problemen lijden. U communiceert met uw Labrador dmv uw stem, daarin kunt u de toonhoogte variëren. Dus een boze zware stem bij boosheid en een hoge stem bij vreugde. Kinderen kunnen dit niet en begrijpen de signalen van de hond over het algemeen nog niet, dus mag u nooit te jonge kinderen met een hond alleen laten. Het direct aankijken door de baas, is erg bedreigend voor de hond en kan ook een middel zijn om uw dominantie over een hond aan te geven. Het slaan van uw hond is echt UIT DEN BOZE, óók niet met een krant oid. Indien u dit uiterste middel moet gebruiken, is er écht een probleem en dient u daar direct iets aan te gaan doen. U moet er dan wel rekening mee houden dat honden geen kort geheugen hebben, zoals wij mensen, dus indien er een reden is om te straffen moet u dat doen tijdens of direct na de gebeurtenis, waarvoor u een mondelinge bestraffing op zijn plaats vindt. Mocht u de fout maken tóch te straffen indien u thuiskomst bijvoorbeeld een kapot gebeten schoen vindt, dan zal de hond dit associëren met straf als u thuiskomt, ongeacht of hij dan wel of niets gedaan heeft.

Onderwerpingsgedrag.

De Labrador onderwerpt zich aan u dmv het zich klein maken, de kop laten zakken, de rug laten doorzakken en de staart tussen de poten houden. Tenslotte kan de hond gaan liggen. Door dit liggen maakt de hond zich kwetsbaar en toont hiermee dat hij zich onderwerpt aan uw gezag. Een hond die op zijn rug ligt onderwerpt zich geheel, een andere hond zal dit teken herkennen en accepteren. Honden kennen een goede rem op hun onderlinge agressie en een normale hond zal nooit een andere hond die op de rug ligt verder aanvallen. Mocht een hond in een situatie gedrongen worden waarin hij geen kant meer op kan dan kan de hond kiezen voor de aanval. Dit noemt men angstbijten. Dit komt voor indien een hond na iets stouts gedaan te hebben vlucht in de bench, als de eigenaar dan de fout maakt om de hond te achtervolgen tot in de bench en de hond nergens meer heen kan. Dan is de kans op een bijtincident erg groot. De fout ligt dan uiteraard niét bij de hond maar bij de baas! 

Voortplantingsgedrag.

Teven worden in tegenstelling tot wolvinnen gemiddeld twee keer per jaar loops, wolvinnen maar één keer per jaar. Dit is een gevolg van de domesticatie. 

Territoriumgedrag.

Uw labrador zal uw woning en de eventuele tuin als hij eenmaal volwassen is, als zijn eigen territorium beschouwen. Heeft u meerdere honden, dan de zal de Alpha alle honden die binnen de roedel behoren accepteren. Echter vreemden worden anders benaderd. Vreemden kunnen mensen, honden of andere objecten zijn. De roedel zal dan op deze vreemde reageren door middel van blaffen, springen, grommen etc. Aangezien u, als het goed is, de leider van de roedel bent, kunt u hierbij deze reactie stoppen cq. inperken. 

Overspronggedrag.

Een voorbeeld hiervan is als u de labrador bij u roept en hij daar eigenlijk geen zin in heeft. Omdat de hond dan geen keuze kan maken tussen uw opdracht en zijn eigen zin. Kiest hij ervoor om iets heel anders te doen. Vaak ziet met dan dat de hond ineens moet urineren of heel veel aandacht heeft voor een stok. De hond springt dus over het dilemma heen en doet heel iets anders. 

Wegloop Gedrag.

Loslopende Labradors kunnen wel eens weglopen waarbij ze ogenschijnlijk ineens Oost Indisch doof lijken te zijn. Men maakt vaak de fout om dan naar de hond toe te gaan. Dit is echter fout, de hond zal dit zien als bedreigend en eerder verder weg lopen dan naar u toe komen. U kunt de hond roepen en vervolgens op de hurken gaan zitten. Mocht dit niet helpen, roep de hond dan en loop dan weg van hem. Dit is vaak voldoende om de hond te bewegen om u te volgen. Mocht de hond weglopen uit een jachtdrift dan helpt dit niet, blijf dan waar u bent. De hond zal altijd terugkeren naar die plaats en het is voor u te hopen dat de jacht dan kort duurt. Ditzelfde geldt indien de hond wegloopt uit een schrikreactie. 

Wat heeft u allemaal nodig als u een hond in huis krijgt

  • Wasbare mand evt. met los kleedje wat makkelijk te wassen is,
  • Middel om de hond veilig in de auto te vervoeren,
  • Een kleed om uw auto te beschermen,
  • (verhoogde) Bakken voor voer en water (evt. antischrokbak)
  • Ontwormtabletten (4 x per jaar of ontlasting laten onderzoeken bij dierenarts),
  • Anti vlooien middel (tablet, band of pipetjes)
  • Ontwormtabletten (4 x per jaar of ontlasting laten onderzoeken bij dierenarts),
  • Kauwbotjes, in het begin gemaakt van witte huid,
  • Borstel en/of kam om de losse haren te verwijderen,
  • Voor in de bench iets veiligs (kong of kong bone en bijv. kleine snoepjes en Leverworst of smeerkaas om mee te vullen. Er is ook speciale honden pindakaas te koop),
  • Beloningssnoepjes (in het begin in kleine stukjes gebroken) of evt. Knijptube snack,
  • Bench  100/70 cm minimaal (eventueel een kleine én grote of een verkleiner) en een benchkussen/kleed,
  • Eventueel hondenkar,
  • Verzekering? (de eerste maand krijgt u van ons…),
  • Lange looplijn (3 meter) voor oefenen en korte 1,5 meter lijn,
  • Poepzakjes,
  • Voer,
  • Speelgoed (beschadigde speeltjes direct weggooien),
  • Verlichting voor de donkere tijden (hardloopband voor mensen is heel goed te gebruiken),

Ontwormschema

De pups zijn ontwormt met 2-4-6 en 8 weken. (met 8 weken hebben ze een kuur tegen giardia gehad)

Daarna iedere maand ontwormen tot ze 6 maanden oud zijn. Vanaf dan iedere 3 maanden ontwormen. Ook kunt u ervoor kiezen om ontlasting onderzoek te laten doen en in het geval van wormen dan pas te ontwormen.

Dus het schema is als volgt:

Ontwormen met 3-4-5-6-9 en 12 maanden

Inentingsschema